Column Binnenlands Bestuur dd 29 januari 2010
De fantastische reis van de nieuwe Beagle kluistert velen op zondagavond aan de buis. Darwins inzichten over variëteit en selectie, leven en overleven, aanpassing en uitsterven komen zo wekelijks weer over het voetlicht. In het kielzog van de bioloog ontwikkelden sociaaldarwinisten zelfs het idee dat het goed was om de zwakken in de samenleving aan hun lot over te laten. Op deze manier zou "dood hout" weggesneden worden en zal het menselijk ras er als geheel op vooruit gaan. Wreed.
Maar variëteit en selectie komt wel van oudsher voor, tot in de haarvaten van de samenleving. Bij ouders die kinderen al vroeg stimuleren een goede ‘peergroup’ te vinden of ‘de juiste’ school. Bedrijven die doelgroepen ‘targeten’ en reclame selectief verspreiden onder bewoners van de gezochte welstandsklasse. Of juist bepaalde klanten liever niet bedienen, zij met een postcode die een sociaal-zwakke wijk indiceert. Geen regel die het hen verbiedt, selectiviteit vormt de grondslag van succesvol ondernemerschap.
In de publieke sector wordt uitgegaan van gelijke toegang tot collectieve voorzieningen en gelijke behandeling. Een waardevolle principe. Maar het staat minder vast dan voorheen. Ook hier zien we variëteit en selectie als instrument alom ingang vinden. Scholen of studies met een toelatingseis. Gemeenten of woningbouwcorporaties die sommige (sociaal zwakke) burgers de toegang ontzeggen tot bepaalde wijken om zo een meer gemengde wijk te bevorderen. Of hen juist concentreren in een speciale straat, wijk of woningsoort. Of zoals laatst bekend werd het Academisch Medisch Centrum in Maastricht die ‘dure’ patiënten weigert wanneer deze van buiten de regio komen. Blijkbaar is het behandelen van deze patiënten duurder dan de ontvangen vergoeding. Niet het feit dat ze buiten zuidlimburg wonen maar de negatieve balans van opbrengsten en kosten aan deze patiënt is het motief selectief te zijn.
In de bedrijfsmatige logica is dat allemaal volkomen normaal. Een arbeidsbemiddelingsbureau doet er zo bezien onverstandig aan alle werkzoekende gelijk te behandelen. Hoe meer afstand van de arbeidsmarkt, hoe meer tijd en kosten er mee gemoeid zijn iemand te plaatsen. Om toch snel resultaat te boeken met beperkte middelen, is het daarom volkomen logisch langdurig werklozen apart te behandelen en makkelijk bemiddelbaren voorrang te geven.
De hiervoor beschreven casussen roept alom het gevoel op dat dit niet helmaal gewenst is en in de publieke sector niet volledig bedrijfsmatig gewerkt kan worden. Daarom wordt bijvoorbeeld de bemiddelingsvergoeding gedifferentieerd. Of worden te behalen doelen groepsgewijs gedifferentieerd. Er blijken kortom politieke checks en balances nodig om publieke of collectief gefinancierde instellingen te beperkten in hun selectiedrang, de ‘bureaucatische gelijkheidslogica’.
Zo pendelen we voort. Voordat en totdat een correctie van een doorgeslagen bedrijfsmatige logica plaatsvindt, zal er dus altijd een tijdelijke onevenwichtigheid zijn. Als dit bedrijfsmatig denken te zeer wordt gesmoord en iedereen zonder minder gelijk wordt behandeld, verspillen we schaarse middelen. Als we geen oog houden voor een voldoende toepassing van het gelijkheidsbeginsel, regeert het Darwinistische denken. Pijnlijk voor de patiënt die weinig tijd van leven meer heeft.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten