zondag, februari 07, 2010

Horende blind, ziende doof?

Column Binnenlands Bestuur dd 26 februari 2010
Bij rijk en gemeenten staan veel beleidsgesprekken in het teken van de gevolgen van de crisis en de komende verkiezingen. Kan het beleid voort en blijft het budget in stand? Zou het helpen als rijk en medeoverheden elkaar eens opzochten en naar elkaar luisterden? Vertegenwoordigers van regio’s bepleitten in zo’n bijeenkomst laatst extra financiĆ«le middelen voor regionale op preventie gerichte samenwerkingsprojecten die na een moeizame start eindelijk vruchten gaan afwerpen. Bijna autonome organisaties, van rijk, provincie en gemeente uit tal van ketens hebbend e handen ineen geslagen en alle gedane moeite lijkt niet vergeefs. De beleidsuitvoerders zeggen gaandeweg steeds meer resultaat te boeken en zijn zelfs onder een dak zijn gaan werken. De lijntjes tussen organisaties en mensen zijn korter, de interventies sneller, men spreekt elkaar aan op wederzijdse bijstand en onderlinge afspraken worden nagekomen.

De diverse betrokken bestuurders denken nog wat genuanceerder. Wie mag de geboekte winst inboeken en de communicatie verrichten? Wie mag ermee naar de pers? De wethouder van de stad, de burgemeester van de regiogemeente, de bestuurder van de participerende instelling of de minister? Moet dat nieuwe logo nu echt overal op en verliezen uitgeleende medewerkers niet gaandeweg hun identiteit? Worden we op den duur als participanten zelf niet onzichtbaar en dus kwetsbaar?

De rijksvertegenwoordigers horen en zien het allemaal aan en kijkend vol onbegrip naar de verhalen. Samenwerken in de regio is prima, vooral doen. Maar wat levert dat in geld op nu of op langer termijn? Niets, kost het alleen maar geld, waarom doet u het dan? Is er zelfs niet juist sprake van een zekere nieuwe bureaucratie, nu onderlinge afspraken tussen organisaties moeten worden geharmonieerd, vastgelegd, geprotocolleerd en ga zo maar door? En dat nieuwe samenwerkingspand, de extra manager en de koffiejuffrouw op de gang, moeten die niet ook worden betaald? Is het nuttig dat uitvoerende medewerkers twee bazen en twee werkplekken hebben of kost dat allen maar geld?

Of werkt u samen omdat het beleid daardoor effectiever wordt? Is er eigenlijk wel meetbare effectiviteitwinst? Tja, dat blijkt vaak maar lastig te meten, zeker bij preventieprojecten. Mooi verhaal kortom, maar kunt u de doelmatigheid of effectiviteit plausibel maken of aantonen? Neen? Dan houden we u liever aan de eerder gemaakte prestatieafspraken in de diverse departementale kolommen en geven u in overweging geen geld meer in de samenwerkingsprojecten te stoppen maar gewoon de afgesproken prestaties te leveren. En anders volgt er een strafkorting.

De rijksreactie verontrust de regionale pleitbezorgers voor meer middelen. Kan er alleen nog maar iets als het bedrijfsmatig aantoonbaar is? Is er geen vertrouwen in de professionaliteit van de uitvoerders die belastinggeld toch wijselijk besteden, kom toch over de brug en geef ons dat geld.

Jawel, zeggen de rijksvertegenwoordigers. We respecteren jullie beleidsruimte zeer. Niemand beter dan de regio weet wat er echt belangrijk is. Maar als we het goed begrepen koos jullie college vorig jaar voor een nieuw theater, de buurgemeente voor een extra sporthal, de instelling voor een bestuurderssalaris ver boven de Balkenendenorm. Dat is jullie keuze. Maar kom dan niet bij ons aan voor extra middelen voor dit project zonder een begin van een hard verhaal.

Deze dialoog was nog niet af.

Geen opmerkingen: