Column Binnenberijk, april 2010
Recent zijn mooie biografieën verschenen over belangrijke politieke leiders, als Den Uyl, Van Agt en recenter Luns. Het waren giganten in hun tijd, al is er van hun politieke erfenis vaak niet veel meer over. Enige nederigheid kortom is wel gepast. Toch is de invloed van een politicus ook niet te onderschatten. Zij bepalen de koers van ons land, de verdeling van rechten, de strafbaarheid van gedrag, de ontvangst van subsidies of heffing van belastingen.
Vrij typisch Nederlands is de dominantie van de regering ten opzichte van het parlement en binnen het parlement de nog sterker gevoelde onmacht van oppositiepartijen. Vergeleken met elders is de positie van ons parlement –hoewel wettelijk stevig veranderd- in de praktijk vrij zwak. Ze stelt weinig initiatiefwetten op, amendeert wetsvoorstellen maar in bescheiden mate en wijzigt bijvoorbeeld bij ingediend e begrotingen minder dan een kwart procent van de budgetten per jaar. Binnen het parlement is het een geuzendaad van jewelste als een lid van de oppositiepartijen een motie op zijn naam weet te krijgen. En zelfs dan, een motie op je naam…
Geen wonder daarom dat (inmiddels ex)-parlementariër AJ Boekestijn een andere weg zocht om zijn ideeën te realiseren, een kloek boek. Daarin werkt hij een heel kritische visie uit op het beleid rond ontwikkelingssamenwerking. Hoewel, dat de VVD-er Boekestijn het gevoerde beleid afwijst is natuurlijk geen verrassing. Een vast percentage van de begroting weggeven, landen steunen die linksig zijn, financiering van het overheidsbeleid in opkomend e landen, het zijn allemaal logische redenen voor de VVD om daar tegen te zijn. Verrassend is misschien dat Boekestijn niet zozeer afschaffing bepleit maar wijziging. Gewoon door meer en minder zinvolle of constructieve voorstellen waarover je van mening kan en mag verschillen. Maar die er wel toe doen. En verrassend is dat hij daarvoor de boekvorm koos, geen losse lezingen of parlementaire toespraken. Maar boekschrijvende politici blijven zeldzaam.
Gaat dit boek nu alles veranderen? Dat is niet gezegd. Maar ik verwacht wel dat het de discussie over ontwikkelingssamenwerking aanjaagt. Deze maanden maken politieke partijen hun partijprogramma op en zeker bij de VVD en aanverwante partijen zal men graag uit Boekestijns werk putten. Verder moet het boek een beetje concurreren met de net uitgebrachte heroverwegingsrapporten, waarvan er ook een over internationale hulp gaat.
Dat die rapporten overigens meer invloed hebben is ook niet gezegd. Een grondige studie naar de invloed van heroverwegingsrapporten leerde dat -kort gezegd- een rapport dat geheel tegen de tijdgeest inging zelden hoog scoorde, zelfs als het excellent onderzoek betrof. Een matig rapport daarentegen, zolang het maar de tijdgeest goed aanvoelt, maak grote kans op doorwerking.
De kansen voor de doorwerking van de ideeën van Boekestijn liggen kortom niet geheel of alleen bij hem, maar vooral en eerst bij de stemmers op 9 juni. Die bepalen wie regeert en dat zal meer impact hebben dan welk boek dan ook, alle vlijt ten spijt.
De prijs van een slecht geweten, Arend Jan Boekestijn, ASPEKT 2010
Een overzicht van publicaties als onderzoeker aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Wil je reageren ? bestebreur@fsw.eur.nl of #bestebreur op Twitter
zondag, maart 28, 2010
zaterdag, maart 20, 2010
Geen cijferfetisjisme
Column Binnenlands Bestuur dd 26 maart 2010
Nog geen twee etmalen na het vertrek van Wouter Bos bij Financiën ‘onthulde’ zijn demissionaire opvolger een eerste financiële tegenvaller. Ook 2010 wordt dus een lastig budgettair jaar. Inmiddels komen ook de meerjarensommen beschikbaar van het CPB. Het lijken duizelingwekkende getallen. Zelfs als we niet 35 maar ‘slechts’ 29 miljard moeten ombuigen is dat heel veel. Teruggerekend naar bedragen voor 15 miljoen inwoners is dat bijna 2000 euro, voor een gemiddeld gezin 5-10.000 euro.
Het debat en een regen van cijfers komt langzaam op gang met berekeningen of dat twee of drie kabinetten vergt om te realiseren. En verder waar de miljarden vandaan moeten komen of welke van de voorstellen uit de 20 komende heroverwegingsrapporten eerst en met welke omvang moeten worden gerealiseerd. Alsof zich dat allemaal laat plannen. Geen econoom of politicus zag de bancaire en opvolgende economische van 2008-2009 aankomen, hoe kun je dan maar bij benadering uitrekenen hoe snel je zo’n bedrag kan ombuigen? Schijnzekerheden kortom, te veel gewicht wordt toegekend aan economen die het ook niet helemaal weten. Zo bezien hebben we niet veel geleerd.
Laten we de uitgangssituatie eerst vaststellen. Nederland is en blijft een heel rijk land, ongeveer het 6e van de wereld, met een goede exportpositie en een flink overschot op de betalingsbalans. We kennen een onverwacht lage werkloosheid van 5% en een heel hoge arbeidsproductiviteit. Velen werken kortom, de arbeidsparticipatie is hoog, zij het dat velen ervoor kiezen in deeltijd te werken, een groot vrij specifiek Nederlands goed.
Onze collectieve uitgaven zijn de laatste decennia met 20% BBP teruggebracht tot ver onder de 50%, ze waren ooit eerder bijna 70%. Ook de staatsschuld daalde fors door althans tot de crisis begon. In 2008-2009 is door Nederland echter in korte tijd heel veel geld besteed aan de bankensector, alleen Amerika en Engeland spendeerden meer. Vraag is of dit ‘weggegooid geld’ is of dat de verstrekte leningen worden terugbetaald en de verkregen eigendommen ooit via verkoop tenminste de aankoop evenaren. Wie het weet mag het zeggen, over enkele jaren weten we meer. Maar de twee grote vragen die nu beantwoord moeten worden zijn: hoe timen we de ombuigingen en welke inhoudelijke keuzen worden gemaakt. Het eerste vraagt maatvoering, het tweede moed.
Bij de timingsvraag is de keuze hoe snel de economische stimuleringspakketten worden verruild voor omvangrijke ombuigingen. Te snel beginnen met ombuigen –waar we door de versnelde verkiezingen voor lijken te kiezen- schaadt mogelijk het broze economisch herstel, laksheids en uitstel doet de staatsschuld en rentelasten onnodig verder oplopen. Uiteindelijk komen we hier wel uit, de mengeling van zuur en zoet is jaarlijks te ijken aan de economische ontwikkeling.
Meer zorgen zijn er over de inhoudelijke keuzen. Je buigt geen 29 miljard om met reductie van ambtenaren alleen. Gezondheidszorg, huisbezit, autokosten, bestuurlijke indeling, echte keuzen zijn nodig. De sleutel ligt bij het CDA. Waar andere partijen pijnlijke keuzen durven te maken, stapelen de taboes zich in het midden op. Dan is er leiderschap nodig, geen cijferfetisjisme.
Nog geen twee etmalen na het vertrek van Wouter Bos bij Financiën ‘onthulde’ zijn demissionaire opvolger een eerste financiële tegenvaller. Ook 2010 wordt dus een lastig budgettair jaar. Inmiddels komen ook de meerjarensommen beschikbaar van het CPB. Het lijken duizelingwekkende getallen. Zelfs als we niet 35 maar ‘slechts’ 29 miljard moeten ombuigen is dat heel veel. Teruggerekend naar bedragen voor 15 miljoen inwoners is dat bijna 2000 euro, voor een gemiddeld gezin 5-10.000 euro.
Het debat en een regen van cijfers komt langzaam op gang met berekeningen of dat twee of drie kabinetten vergt om te realiseren. En verder waar de miljarden vandaan moeten komen of welke van de voorstellen uit de 20 komende heroverwegingsrapporten eerst en met welke omvang moeten worden gerealiseerd. Alsof zich dat allemaal laat plannen. Geen econoom of politicus zag de bancaire en opvolgende economische van 2008-2009 aankomen, hoe kun je dan maar bij benadering uitrekenen hoe snel je zo’n bedrag kan ombuigen? Schijnzekerheden kortom, te veel gewicht wordt toegekend aan economen die het ook niet helemaal weten. Zo bezien hebben we niet veel geleerd.
Laten we de uitgangssituatie eerst vaststellen. Nederland is en blijft een heel rijk land, ongeveer het 6e van de wereld, met een goede exportpositie en een flink overschot op de betalingsbalans. We kennen een onverwacht lage werkloosheid van 5% en een heel hoge arbeidsproductiviteit. Velen werken kortom, de arbeidsparticipatie is hoog, zij het dat velen ervoor kiezen in deeltijd te werken, een groot vrij specifiek Nederlands goed.
Onze collectieve uitgaven zijn de laatste decennia met 20% BBP teruggebracht tot ver onder de 50%, ze waren ooit eerder bijna 70%. Ook de staatsschuld daalde fors door althans tot de crisis begon. In 2008-2009 is door Nederland echter in korte tijd heel veel geld besteed aan de bankensector, alleen Amerika en Engeland spendeerden meer. Vraag is of dit ‘weggegooid geld’ is of dat de verstrekte leningen worden terugbetaald en de verkregen eigendommen ooit via verkoop tenminste de aankoop evenaren. Wie het weet mag het zeggen, over enkele jaren weten we meer. Maar de twee grote vragen die nu beantwoord moeten worden zijn: hoe timen we de ombuigingen en welke inhoudelijke keuzen worden gemaakt. Het eerste vraagt maatvoering, het tweede moed.
Bij de timingsvraag is de keuze hoe snel de economische stimuleringspakketten worden verruild voor omvangrijke ombuigingen. Te snel beginnen met ombuigen –waar we door de versnelde verkiezingen voor lijken te kiezen- schaadt mogelijk het broze economisch herstel, laksheids en uitstel doet de staatsschuld en rentelasten onnodig verder oplopen. Uiteindelijk komen we hier wel uit, de mengeling van zuur en zoet is jaarlijks te ijken aan de economische ontwikkeling.
Meer zorgen zijn er over de inhoudelijke keuzen. Je buigt geen 29 miljard om met reductie van ambtenaren alleen. Gezondheidszorg, huisbezit, autokosten, bestuurlijke indeling, echte keuzen zijn nodig. De sleutel ligt bij het CDA. Waar andere partijen pijnlijke keuzen durven te maken, stapelen de taboes zich in het midden op. Dan is er leiderschap nodig, geen cijferfetisjisme.
zondag, maart 07, 2010
Een transparante begroting 2.0 aub
Column Binnenlands Bestuur dd 12 maart 2010
Als we de webdeskundigen mogen geloven wordt alles 2.0. en gaan we de veelvuldigheid van communicatielijnen, want zo begrijp ik 2.0, in al zijn facetten beleven. Dat schept interessante mogelijkheden. Ook voor de overheid liggen er kansen. Foto’s van vermiste kinderen of heterdaadjes gaan naar alle blackberries en webtelefoons in de regio En minder politiespeurders, de foto van de meest gezochten komen snel op het net en de burger zoekt mee. Gat in de weg? Email de lokatie met foto naar maakmijnstraatje.nl. zoals in Engeland al gebruikelijk is en monitor de afhandeling met een muisklik
Maar 2.0 kan ook lastig zijn voor de overheid. Britten kunnen al zien hoe hard hun parlementslid voor hen werkt, wat hij of zij stemde, welke declaratie werd ingediend, of men aanwezig was bij vergaderingen en welke vragen werden ingediend. De burger als Big Brother, richting de parlementsleden.
Burgers kunnen elkaar ook gaan vertellen hoe het er nu echt voor staat met de overheidsdienstverlening. En dan niet op de overheidssite maar op sites van derden. Gedane beloften worden zo controleerbaar. Is de vorstschade aan wegen echt wel volledig gerepareerd? Zijn de wachttijden voor vergunningen teruggebracht? Niet zozeer is nieuw dat burgers terugpraten tegen de overheid, nieuw is het gemak, de snelheid, precisie en omvang waarmee dat kan.
Jammer is dat van dat 2.0 denken nog zo weinig te merken is in de begrotingsbesluitvorming. Wat zou het een goed en levendig debat worden als velen met velen het debat kunnen aangaan over omvang en besteding van de overheidsbudgetten. Daarvoor zijn volgens mij nog een aantal zaken nodig.
Ten eerste moet de overheidsbegroting veel gedetailleerder dan nu op het web worden geplaatst. Er moet kunnen worden doorgeklikt naar een veel concreter niveau dan nu. LNV dat inzicht geeft in de precieze ontvangers van subsidies is wat dit betreft voorbeeldig.
Ten tweede moeten er links worden gelegd tussen begrotingsjaren en geboekte resultaten, zodat per beleidsterrein te zien is waar groei en krimp is, waar vaak geld onbesteed overblijft en of het beleid ‘werkt’. Er zouden tijdreeksanalyses van tenminste 5 jaar beschikbaar moeten komen en links worden gelegd met eigen evaluatierapporten of die van de Algemene Rekenkamer of derden. Ten derde moeten er actuelere uitputtingsgegevens komen, zodat ook tijdens een begrotingsjaar burgers en bedrijven kunnen inspelen op de resterende mogelijkheden voor de aanvraag van subsidies of het doen van voorstellen. Dat scheelt veel bureaucratielasten!
Natuurlijk leidt zoveel openheid ook tot scherpere debatten over besparingsmogelijkheden, zeker gegeven de grote schaarste. Maar dat is de kern van overheid of wel begroting 2.0. Velen gebruiken hun denkkracht om te werken aan betere oplossingen voor morgen, niet allen 20 Haagse groepjes.
De verkiezingsprogramma’s van de (lokale) politieke partijen beloofden qua financiële transparantie niet veel goeds. Toch zal de impuls mede vanuit de partijen moeten komen om echte begrotingstransparantie af te dwingen en zo debat mogelijk maken. Hup schrijvers van verkiezingsprogramma’s, denk eens even 2.0, ook financieel!
Als we de webdeskundigen mogen geloven wordt alles 2.0. en gaan we de veelvuldigheid van communicatielijnen, want zo begrijp ik 2.0, in al zijn facetten beleven. Dat schept interessante mogelijkheden. Ook voor de overheid liggen er kansen. Foto’s van vermiste kinderen of heterdaadjes gaan naar alle blackberries en webtelefoons in de regio En minder politiespeurders, de foto van de meest gezochten komen snel op het net en de burger zoekt mee. Gat in de weg? Email de lokatie met foto naar maakmijnstraatje.nl. zoals in Engeland al gebruikelijk is en monitor de afhandeling met een muisklik
Maar 2.0 kan ook lastig zijn voor de overheid. Britten kunnen al zien hoe hard hun parlementslid voor hen werkt, wat hij of zij stemde, welke declaratie werd ingediend, of men aanwezig was bij vergaderingen en welke vragen werden ingediend. De burger als Big Brother, richting de parlementsleden.
Burgers kunnen elkaar ook gaan vertellen hoe het er nu echt voor staat met de overheidsdienstverlening. En dan niet op de overheidssite maar op sites van derden. Gedane beloften worden zo controleerbaar. Is de vorstschade aan wegen echt wel volledig gerepareerd? Zijn de wachttijden voor vergunningen teruggebracht? Niet zozeer is nieuw dat burgers terugpraten tegen de overheid, nieuw is het gemak, de snelheid, precisie en omvang waarmee dat kan.
Jammer is dat van dat 2.0 denken nog zo weinig te merken is in de begrotingsbesluitvorming. Wat zou het een goed en levendig debat worden als velen met velen het debat kunnen aangaan over omvang en besteding van de overheidsbudgetten. Daarvoor zijn volgens mij nog een aantal zaken nodig.
Ten eerste moet de overheidsbegroting veel gedetailleerder dan nu op het web worden geplaatst. Er moet kunnen worden doorgeklikt naar een veel concreter niveau dan nu. LNV dat inzicht geeft in de precieze ontvangers van subsidies is wat dit betreft voorbeeldig.
Ten tweede moeten er links worden gelegd tussen begrotingsjaren en geboekte resultaten, zodat per beleidsterrein te zien is waar groei en krimp is, waar vaak geld onbesteed overblijft en of het beleid ‘werkt’. Er zouden tijdreeksanalyses van tenminste 5 jaar beschikbaar moeten komen en links worden gelegd met eigen evaluatierapporten of die van de Algemene Rekenkamer of derden. Ten derde moeten er actuelere uitputtingsgegevens komen, zodat ook tijdens een begrotingsjaar burgers en bedrijven kunnen inspelen op de resterende mogelijkheden voor de aanvraag van subsidies of het doen van voorstellen. Dat scheelt veel bureaucratielasten!
Natuurlijk leidt zoveel openheid ook tot scherpere debatten over besparingsmogelijkheden, zeker gegeven de grote schaarste. Maar dat is de kern van overheid of wel begroting 2.0. Velen gebruiken hun denkkracht om te werken aan betere oplossingen voor morgen, niet allen 20 Haagse groepjes.
De verkiezingsprogramma’s van de (lokale) politieke partijen beloofden qua financiële transparantie niet veel goeds. Toch zal de impuls mede vanuit de partijen moeten komen om echte begrotingstransparantie af te dwingen en zo debat mogelijk maken. Hup schrijvers van verkiezingsprogramma’s, denk eens even 2.0, ook financieel!
Abonneren op:
Posts (Atom)