zaterdag, maart 20, 2010

Geen cijferfetisjisme

Column Binnenlands Bestuur dd 26 maart 2010
Nog geen twee etmalen na het vertrek van Wouter Bos bij Financiën ‘onthulde’ zijn demissionaire opvolger een eerste financiële tegenvaller. Ook 2010 wordt dus een lastig budgettair jaar. Inmiddels komen ook de meerjarensommen beschikbaar van het CPB. Het lijken duizelingwekkende getallen. Zelfs als we niet 35 maar ‘slechts’ 29 miljard moeten ombuigen is dat heel veel. Teruggerekend naar bedragen voor 15 miljoen inwoners is dat bijna 2000 euro, voor een gemiddeld gezin 5-10.000 euro.
Het debat en een regen van cijfers komt langzaam op gang met berekeningen of dat twee of drie kabinetten vergt om te realiseren. En verder waar de miljarden vandaan moeten komen of welke van de voorstellen uit de 20 komende heroverwegingsrapporten eerst en met welke omvang moeten worden gerealiseerd. Alsof zich dat allemaal laat plannen. Geen econoom of politicus zag de bancaire en opvolgende economische van 2008-2009 aankomen, hoe kun je dan maar bij benadering uitrekenen hoe snel je zo’n bedrag kan ombuigen? Schijnzekerheden kortom, te veel gewicht wordt toegekend aan economen die het ook niet helemaal weten. Zo bezien hebben we niet veel geleerd.
Laten we de uitgangssituatie eerst vaststellen. Nederland is en blijft een heel rijk land, ongeveer het 6e van de wereld, met een goede exportpositie en een flink overschot op de betalingsbalans. We kennen een onverwacht lage werkloosheid van 5% en een heel hoge arbeidsproductiviteit. Velen werken kortom, de arbeidsparticipatie is hoog, zij het dat velen ervoor kiezen in deeltijd te werken, een groot vrij specifiek Nederlands goed.
Onze collectieve uitgaven zijn de laatste decennia met 20% BBP teruggebracht tot ver onder de 50%, ze waren ooit eerder bijna 70%. Ook de staatsschuld daalde fors door althans tot de crisis begon. In 2008-2009 is door Nederland echter in korte tijd heel veel geld besteed aan de bankensector, alleen Amerika en Engeland spendeerden meer. Vraag is of dit ‘weggegooid geld’ is of dat de verstrekte leningen worden terugbetaald en de verkregen eigendommen ooit via verkoop tenminste de aankoop evenaren. Wie het weet mag het zeggen, over enkele jaren weten we meer. Maar de twee grote vragen die nu beantwoord moeten worden zijn: hoe timen we de ombuigingen en welke inhoudelijke keuzen worden gemaakt. Het eerste vraagt maatvoering, het tweede moed.
Bij de timingsvraag is de keuze hoe snel de economische stimuleringspakketten worden verruild voor omvangrijke ombuigingen. Te snel beginnen met ombuigen –waar we door de versnelde verkiezingen voor lijken te kiezen- schaadt mogelijk het broze economisch herstel, laksheids en uitstel doet de staatsschuld en rentelasten onnodig verder oplopen. Uiteindelijk komen we hier wel uit, de mengeling van zuur en zoet is jaarlijks te ijken aan de economische ontwikkeling.
Meer zorgen zijn er over de inhoudelijke keuzen. Je buigt geen 29 miljard om met reductie van ambtenaren alleen. Gezondheidszorg, huisbezit, autokosten, bestuurlijke indeling, echte keuzen zijn nodig. De sleutel ligt bij het CDA. Waar andere partijen pijnlijke keuzen durven te maken, stapelen de taboes zich in het midden op. Dan is er leiderschap nodig, geen cijferfetisjisme.

Geen opmerkingen: