zondag, mei 16, 2010

De erfenis van Ronald Reagan

Column Binnenlands Bestuur dd 28 mei 2010
Weet u het nog? November 1980 werd voormalig filmacteur en gouverneur van Californië Ronald Reagan gekozen tot de 40e president van de Verenigde Staten. Hij bleef president van 1981 tot 1989. Maar deed hij het goed?
Reagans erfenis, die dertig jaar na dato nog steeds relevant, is werd vooral gekenmerkt door een neoliberale economische koers. Deze door neo-klassieke economen van de ‘Chicago School of Economics’ voorbereide 'Reaganomics' werden gekenmerkt door afbouw van het staatsbestel, belastingverlagingen om de economische groei te stimuleren en beleid gericht op lage inflatie. Toen Reagan het Witte Huis verliet, was de inflatie op een laag en stabiel peil gebracht en de werkloosheid teruggebracht tot 5,3%. Belastingen werden behalve verlaagd ook vooral verschoven, van belasting op kapitaalinkomsten en hoge inkomens naar belasting op lagere inkomens. Zo daalde het toptarief in de inkomstenbelasting van 70% naar 28%, hetgeen rijken erg baatte.
Reagan communiceerde dit voorstel briljant via de zogenaamde Laffercurve, een theorie die op een papieren servetje past. Als de belastingtarieven te hoog worden, dalen volgens Laffer/Reagan de totale opbrengsten. Door tarieven te verlagen zouden de opbrengsten oplopen, door minder ontduiking, een sterkere prikkel langer te werken en dus economische groei. De eerste belastingverlaging van Reagan in 1981 kostte 3% van het nationaal inkomen, voor ons vandaag de dag bijna 20 miljard euro!
Alle maatregelen tezamen leidden begin jaren tachtig tot een tijdelijke economische opleving, maar deze was niet voldoende om de enorme belastingderving te compenseren. Eind jaren tachtig kende de VS per saldo een sterk toegenomen begrotingstekort , mede door de stijging van defensie-uitgaven en een verviervoudigde staatsschuld. Reagan was geen onverdeeld succes kortom.
Kwalijker dan de gevolgen van Reaganomics voor de VS is de vrijwel kritiekloze navolging ervan in Europa. Een kleine overheid, lage belastingen en deregulering was de receptuur van Reagan die heel breed is nagevolgd. Margareth Thatcher, van 1979-1992 Brits premier, verdiende er haar herverkiezingen mee, haar opvolgers Major, Blair en Brown wandelden in haar voetstappen. In Nederland omarmde behalve de VVD ook het CDA van Lubbers en Ruding in de jaren tachtig dit gedachtegoed dat lange tijd de politieke agenda heeft beheerst. In de jaren negentig en erna stelden de sociaal-democraten er eigenlijk weinig tegenover. De geschiedenis moet nog definitief oordelen over de zogenaamde derde weg van Blair en Bos maar dit gezochte pad tussen neoklassieke Reaganomics en socialistische planning lag dichter bij het eerste dan bij het laatste. Met alle gevolgen vandien.
Nu, in 2010 zien we dat we ten dele de wrange vruchten lukken van dit beleid. De financiële sector is door de ideologie van deregulering en sectoraal toezicht ontspoord. Politici die opperen dat belastingverhoging ook een positief effect kan hebben en bijvoorbeeld bijdragen aan het realiseren van breed gedeelde maatschappelijke ambities en goede publieke dienstverlening worden verketterd. Ook opmerkelijk is dat er nog geen coherent tegengeluid is gekomen van sociaal-democraten of christen-democraten als alternatief voor Reaganomics en zijn mislukte beleid nog steeds navolgers kent. Werk aan de winkel kortom.

Geen opmerkingen: