Recensie in Binneberijk juli 2010
Er groeit een toenemende onvrede en afkeer over systemen van prestatiebeloning. Daniel Pink denkt een samenhangend alternatief instrumentarium te presenteren om medewerkers te motiveren. Hype of helder idee?
Een goede basisbeloning alleen is onvoldoende om personeel te werven of te prikkelen tot presteren. Daarom gebruiken veel managers ‘de wortel en de stok”. Daniel Pink logenstraft deze ideeën en probeert een alternatief instrumentarium te bieden. Maar eerst even over de wortel end de stok, wat is daar mis mee?
Externe prikkels kunnen mensen motiveren tot presteren. Er zijn hiervan voorbeelden te over. Als teams doelen halen, is er een bonus. Wie als beste presteert krijgt een eindejaarsuitkering, bekende verschijnselen, ook binnen de moderne overheid. Wie niet (meer) mee kan, wacht beëindiging van het contract of een dysfunctioneringstraject en ontslag.
Maar er kleven ook bezwaren aan deze wortles en stokken. Extra beloningen prikkelen wel, maar niet duurzaam, of veroorzaken zelfs prestatieverlies na beëindiging. Denk aan de medewerker die jaren een bonus kreeg en dan eens niet meer, wat een teleurstelling. Externe prikkels kunnen ook de creativiteit of autonomie beperken, men doet louter nog wat er ‘moet ‘en niets meer. Zelfs fraude of onethisch gedrag is denkbaar ‘om de doelen maar te halen’, of een te sterke focus op de korte in plaats van de lange termijndoelen. Pink zet het systematisch de bezwaren tegen wortel en stok uiteen, met veel voorbeelden uit onderzoek en praktijk. Nu kleven aan externe prikkels bezwaren maar het wijdverspreide gebruik ervan laat ook zien dat ze misschien gebruikt worden bij gebrek aan beter. Of heeft Pink een alternatief?
Pink zet helemaal in op het aanspreken van de intrinsieke motivatie van medewerkers. Geen wortel en stok maar de aanwezige potentie van iedereen mobiliseren door de juiste voorwaarden te vervullen. Drie elementen benoemt hij.
Ten eerste ruimte voor autonomie, kansen geven aan medewerkers om op een eigen gekozen plaats op de eigen gekozen wijze te werken aan de opgaven van het team of organisatie. Geen prikklok, tijdscontrole of detailbemoeienis, maar ruimte en tijd om te presteren. Vanuit huis werken, andere werkwijzen uitproberen, in andere werkverbanden of zelfs periodiek aan andere niet direct productieve opgaven werken (vrijwilligerswerk, experimenten), allemaal goed volgens Pink. Managers die de autonomie van medewerkers respecteren en bevorderen, worden royaal terugbetaald in de vorm van langdurig hogere prestaties en een echt committent aan de organisatie.
De tweede factor is ruimte voor meesterschap, managers die uitdagend maar passend werk toedelen aan medewerkers om in een staat van flow te komen, naar het bekende idee van Csikszentmihalyi.
Ten derde is er behoefte aan zingeving, die een context geeft rond autonomie en meesterschap. Het is de erkenning dat medewerkers niet langdurig en diepgaand te winnen zijn voor enkelvoudige doelen als het winststreven, maar zoeken naar organisaties waar ze een persoonlijk commitment aan de doelen en werkwijze kunnen geven, omdat het werk en de nagestreefde delen een behoefte aan zingeving bevredigd. Werken bij de overheid is zo gek nog niet, zo bezien.
Een overzicht van publicaties als onderzoeker aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Wil je reageren ? bestebreur@fsw.eur.nl of #bestebreur op Twitter
zondag, juni 20, 2010
Liberaal of neo-liberaal?
Column Binnenlands Bestuur dd 25 juni 2010
Mark Rutte mag het zeggen. Want welke coalitie er ook gevormd zal worden, zonder de VVD is geen kabinet te smeden. Wordt het een liberale of een neo-liberale koers?
De klassieke liberale staatsopvatting geeft de staat zonodig ruime bevoegdheden, zij het in een beperkt domein. De staatsopvatting is echter positief omdat ze noodzakelijk is voor economische en burgerlijke vrijheden. Als daarvoor de zwaardmacht nodig is, stringente regelgeving of een eigen taakvervulling, het zij zo.
Het is een staatsopvating die niet op gespannen voet hoeft te staan met zijn begrijpelijke pleidooi voor een fikse sanering van de overheidsfinanciën. Immers, door de negatieve economische ontwikkeling mist het rijk sinds 2008 structureel een procent of vijf belastingontvangsten (zo’n 30 miljard), terwijl de uitgaven gewoon zijn doorgegaan.
De klassieke liberale staatsopvatting en bezuinigingsnoodzaak maken een coalitie van VVD en links niet principieel onmogelijk. Zoals werkgevers en werknemers jaarlijks vanuit verschillende vertrekposities afspraken weten te maken over arbeidsvoorwaarden, arbeidsomstandigheden, werkgelegenheidscreatie en pensioenhervormingen, moeten links en rechts daar ook politiek uit kunnen komen. Ook niet-materiële onderwerpen hoeven coalitievorming tussen links en rechts niet in de weg te staat. Waar het dan alleen op aankomt is de politieke wil om een coalitie te sluiten. Met een beetje economische groei en de bereidheid van Cohen wat eerder om te buigen, moet dat mogelijk worden.
De andere, jongere traditie waaraan de VVD schatplichtig is en Rutte uit put, kan worden gekenmerkt als de neoliberale staatsopvatting. In deze opvatting is de staat niet zozeer een noodzakelijk kwaad maar gewoon een kwaad, dat waar mogelijk vervangen moet worden door de markt. Marktwerking wordt gezien als primaire allocatiemechanisme, superieur aan de overheid.
Arrangementen voor ziekte, scholing, zorg, veiligheid en meer moeten niet door de staat worden georganiseerd, maar door burgers zelf. Het is het neo-liberale denken van Frits Bolkestein, en Chicago-economen als Milton Friedman en FED-voorzitter Alan Greenspan. Zij stonden op hun beurt onder invloed van filosofe en publiciste Ayn Rand. De boeken van deze uit Ruslang gevluchte joodse denker zijn in Nederland nauwelijks bekend, maar hebben velen in Amerika diep geraakt. Haar afkeer van de staat, gebaseerd op haar ervaringen in communistisch Rusland zijn vanuit die historie te begrijpen, maar haar denken is bijna extreem te noemen. Niet zozeer verkleining van de staat is haar streven, liefst vernietiging van tot de staat behorende instituties is haar oogmerk. Een radicale breuk met het verleden is volgens Rand nodig om een nieuw, beter begin te maken. Haar staatsidee is terug te vinden bij neo-liberalen en neo-conservatieven die liever ‘regimechange’ met geweld bepleiten, dan de lange weg van de diplomatie of geleidelijkheid. Shocktherapie kortom. Neoliberalen beogen beëindiging van publieke arrangementen als ziektewet, WAO, zorgverzekeringen, AOW en penisoen. Wie dat niet zelf wil of kan afdekken, kan vrijwillig een verzekeringen sluiten of spaarrekening openen bij concurrerende marktpartijen.
Rutte moet kortom kleur bekennen. Gaat hij als klassiek liberaal met links regeren en de staatsfinanciën aanpakken of zoekt hij een neo-liberale koers en maakt hij de staat zelf onderwerp van beleid?
Mark Rutte mag het zeggen. Want welke coalitie er ook gevormd zal worden, zonder de VVD is geen kabinet te smeden. Wordt het een liberale of een neo-liberale koers?
De klassieke liberale staatsopvatting geeft de staat zonodig ruime bevoegdheden, zij het in een beperkt domein. De staatsopvatting is echter positief omdat ze noodzakelijk is voor economische en burgerlijke vrijheden. Als daarvoor de zwaardmacht nodig is, stringente regelgeving of een eigen taakvervulling, het zij zo.
Het is een staatsopvating die niet op gespannen voet hoeft te staan met zijn begrijpelijke pleidooi voor een fikse sanering van de overheidsfinanciën. Immers, door de negatieve economische ontwikkeling mist het rijk sinds 2008 structureel een procent of vijf belastingontvangsten (zo’n 30 miljard), terwijl de uitgaven gewoon zijn doorgegaan.
De klassieke liberale staatsopvatting en bezuinigingsnoodzaak maken een coalitie van VVD en links niet principieel onmogelijk. Zoals werkgevers en werknemers jaarlijks vanuit verschillende vertrekposities afspraken weten te maken over arbeidsvoorwaarden, arbeidsomstandigheden, werkgelegenheidscreatie en pensioenhervormingen, moeten links en rechts daar ook politiek uit kunnen komen. Ook niet-materiële onderwerpen hoeven coalitievorming tussen links en rechts niet in de weg te staat. Waar het dan alleen op aankomt is de politieke wil om een coalitie te sluiten. Met een beetje economische groei en de bereidheid van Cohen wat eerder om te buigen, moet dat mogelijk worden.
De andere, jongere traditie waaraan de VVD schatplichtig is en Rutte uit put, kan worden gekenmerkt als de neoliberale staatsopvatting. In deze opvatting is de staat niet zozeer een noodzakelijk kwaad maar gewoon een kwaad, dat waar mogelijk vervangen moet worden door de markt. Marktwerking wordt gezien als primaire allocatiemechanisme, superieur aan de overheid.
Arrangementen voor ziekte, scholing, zorg, veiligheid en meer moeten niet door de staat worden georganiseerd, maar door burgers zelf. Het is het neo-liberale denken van Frits Bolkestein, en Chicago-economen als Milton Friedman en FED-voorzitter Alan Greenspan. Zij stonden op hun beurt onder invloed van filosofe en publiciste Ayn Rand. De boeken van deze uit Ruslang gevluchte joodse denker zijn in Nederland nauwelijks bekend, maar hebben velen in Amerika diep geraakt. Haar afkeer van de staat, gebaseerd op haar ervaringen in communistisch Rusland zijn vanuit die historie te begrijpen, maar haar denken is bijna extreem te noemen. Niet zozeer verkleining van de staat is haar streven, liefst vernietiging van tot de staat behorende instituties is haar oogmerk. Een radicale breuk met het verleden is volgens Rand nodig om een nieuw, beter begin te maken. Haar staatsidee is terug te vinden bij neo-liberalen en neo-conservatieven die liever ‘regimechange’ met geweld bepleiten, dan de lange weg van de diplomatie of geleidelijkheid. Shocktherapie kortom. Neoliberalen beogen beëindiging van publieke arrangementen als ziektewet, WAO, zorgverzekeringen, AOW en penisoen. Wie dat niet zelf wil of kan afdekken, kan vrijwillig een verzekeringen sluiten of spaarrekening openen bij concurrerende marktpartijen.
Rutte moet kortom kleur bekennen. Gaat hij als klassiek liberaal met links regeren en de staatsfinanciën aanpakken of zoekt hij een neo-liberale koers en maakt hij de staat zelf onderwerp van beleid?
maandag, juni 07, 2010
Als de rook om je hoofd is verdwenen
Column Binnenlands Bestuur dd 11 juni 2010
Met ons weet u waar u aan toe bent, oreerden de politici de afgelopen maand. Maar de dag na de verkiezingen worden verkiezingsprogramma’s al gebruikt om vis in te verpakken. Eerder had ook al gekund, als de inkt niet zo slecht was voor de vis. Want programma’s bleken ook deze keer meer desinformatie te bevatten dat te informeren.
Hoe is het anders mogelijk dat weinigen in de programma’s konden ontdekken wat partijen nu echt willen met de rijksfinanciën, zorgkosten, inkomensregelingen en meer. Het Centraal Planbureau had kruisverhoren nodig om te achterhalen wat men met alle wollige partijtaal bedoelde. Het werd hen niet in dank afgenomen. TV-rubriek Netwerk en Nijenrode dachten de VVD-plannen voor de laagste inkomensgroepen te begrijpen - maar begrepen er echt helemaal niets van, volgens Ruttes VVD. Nyfer en Volkskracht beoogden een koopkrachtplaatje te presenteren maar kregen een draai om de oren van Pechtold. Eén vraag blijft hangen. Als CPB, Nijenrode en Nyfer al niet goed kunnen doorgronden wat partijen bedoelen met de financiën, hoe moet de kiezer dan een keuze maken?
En wat nu als er niet snel een kabinet is? Als de begroting 2011 gewoon wordt opgesteld zonder veel politieke sturing. Als de zittende of misschien uiteindelijk nieuwe coalitie, welke dat ook zal blijken te zijn, eerst of voor een deel de kaasschaaf zal gebruiken. Is dat erg?
Of het nieuwe kabinet nu 10 of 20 miljard moet ombuigen, het maken van keuzen vinden politici lastig. Niet in verkiezingstijd. Dan ‘halveren’ we het OS-budget, de kunstsubsidies, de kinderbijslag of wat al meer. Maar wel als er bestuurd moet worden. Dan kiest men vaak voor het ponds-pondsgewijs verdelen van de pijn. Alle personeelsbudgetten een procent eraf, een taakstelling op externen, procenten besparen op ICT, aanbestedingsmeevallers alvast inboeken, de prijsbijstelling niet uitdelen, scherper inkopen, meer samenwerken, decentralisatiekorting, kostendekkendheid van tarieven vergroten, overhead beperken, snijden in managementlagen, of wat er al niet bedacht wordt. En allemaal neerkomt op een variant van de kaasschaafmethode.
De kaasschaaf is omstreden. Jammer. Want het gebruiken van de kaasschaaf in de vorm van een efficiencykorting is een aansporing om de doelmatigheid en organisatie stelselmatig te verbeteren. Bij gebrek aan concurrentieprikkels of de lokroep van winst, is schaven een redelijk alternatief om overheidsdiensten te dwingen nut en noodzaak van de eigen kosten tegen het licht te houden. Een taakstelling van een of twee procent per jaar lijkt niet veel maar is het wel en heeft ook echt budgettaire effect.
Maar ik zou er twee eisen aan verbinden. Leg één efficiencykorting op, niet allemaal kleine gestapelde taakstellingen op van alles en laat ambtenbaren zelf keuzen maken hoe de taakstelling te realiseren. En ten tweede, schep onder beheer van Financiën zoals de Britten eerder deden een investeringsfonds om ideeën en innovatie te honoreren. Ideeën die eerst even geld kosten, maar in de opvolgende jaren renderen. Geef waar gevraagd dus een beetje budget erbij, onder gelijktijdige inboeking van de meerjarige opbrengsten. Dan gaat zelfs de kaasschaaf meewerken ten goede.
Met ons weet u waar u aan toe bent, oreerden de politici de afgelopen maand. Maar de dag na de verkiezingen worden verkiezingsprogramma’s al gebruikt om vis in te verpakken. Eerder had ook al gekund, als de inkt niet zo slecht was voor de vis. Want programma’s bleken ook deze keer meer desinformatie te bevatten dat te informeren.
Hoe is het anders mogelijk dat weinigen in de programma’s konden ontdekken wat partijen nu echt willen met de rijksfinanciën, zorgkosten, inkomensregelingen en meer. Het Centraal Planbureau had kruisverhoren nodig om te achterhalen wat men met alle wollige partijtaal bedoelde. Het werd hen niet in dank afgenomen. TV-rubriek Netwerk en Nijenrode dachten de VVD-plannen voor de laagste inkomensgroepen te begrijpen - maar begrepen er echt helemaal niets van, volgens Ruttes VVD. Nyfer en Volkskracht beoogden een koopkrachtplaatje te presenteren maar kregen een draai om de oren van Pechtold. Eén vraag blijft hangen. Als CPB, Nijenrode en Nyfer al niet goed kunnen doorgronden wat partijen bedoelen met de financiën, hoe moet de kiezer dan een keuze maken?
En wat nu als er niet snel een kabinet is? Als de begroting 2011 gewoon wordt opgesteld zonder veel politieke sturing. Als de zittende of misschien uiteindelijk nieuwe coalitie, welke dat ook zal blijken te zijn, eerst of voor een deel de kaasschaaf zal gebruiken. Is dat erg?
Of het nieuwe kabinet nu 10 of 20 miljard moet ombuigen, het maken van keuzen vinden politici lastig. Niet in verkiezingstijd. Dan ‘halveren’ we het OS-budget, de kunstsubsidies, de kinderbijslag of wat al meer. Maar wel als er bestuurd moet worden. Dan kiest men vaak voor het ponds-pondsgewijs verdelen van de pijn. Alle personeelsbudgetten een procent eraf, een taakstelling op externen, procenten besparen op ICT, aanbestedingsmeevallers alvast inboeken, de prijsbijstelling niet uitdelen, scherper inkopen, meer samenwerken, decentralisatiekorting, kostendekkendheid van tarieven vergroten, overhead beperken, snijden in managementlagen, of wat er al niet bedacht wordt. En allemaal neerkomt op een variant van de kaasschaafmethode.
De kaasschaaf is omstreden. Jammer. Want het gebruiken van de kaasschaaf in de vorm van een efficiencykorting is een aansporing om de doelmatigheid en organisatie stelselmatig te verbeteren. Bij gebrek aan concurrentieprikkels of de lokroep van winst, is schaven een redelijk alternatief om overheidsdiensten te dwingen nut en noodzaak van de eigen kosten tegen het licht te houden. Een taakstelling van een of twee procent per jaar lijkt niet veel maar is het wel en heeft ook echt budgettaire effect.
Maar ik zou er twee eisen aan verbinden. Leg één efficiencykorting op, niet allemaal kleine gestapelde taakstellingen op van alles en laat ambtenbaren zelf keuzen maken hoe de taakstelling te realiseren. En ten tweede, schep onder beheer van Financiën zoals de Britten eerder deden een investeringsfonds om ideeën en innovatie te honoreren. Ideeën die eerst even geld kosten, maar in de opvolgende jaren renderen. Geef waar gevraagd dus een beetje budget erbij, onder gelijktijdige inboeking van de meerjarige opbrengsten. Dan gaat zelfs de kaasschaaf meewerken ten goede.
Abonneren op:
Posts (Atom)