maandag, juli 05, 2010

Wendbaarheid

Column Binnenlands Bestuur dd 9 juli 2010
Verleidelijk om een voetbalcolumn te schrijven. Oranje verdringt immers deze dagen zelf de discussies over Paars, even lijkt zelfs het gesomber over de overheidsfinanciën ver weg. Los van het resultaat van Oranje, na de euforie of roes rest er toch weer een geweldige financiële opgave. Net alsin de sport kan dan echter ‘wendbaarheid’, of gebrek daaraan van groot belang blijken te zijn. Wendbaarheid is een halszaak voor een voetballer, maar ook bij de verklaring en verkenning van oplossingen voor de crisis in de overheidsfinanciën is wendbaarheid een belangrijk issue.
Toen in de september 2008 de banken begonnen te wankelen en de economie wereldwijd omsloeg, was het eerste effect op de overheidsfinanciën gering. In 2009 en 2010 is het echter goed misgegaan. De uitgavenkaders werden met respectievelijk 5 en 6 miljard overschreden, de economische krimp van 4% in 2009 leidde tot een fikse belastingderving. Eerst koos het kabinet ervoor niet direct ombuigingen te starten toen de economie kromp om de crisis niet nog verder te verdiepen. Maar de vraag is, beschikken we wel over de wendbaarheid om snel om te buigen - en zo nee, hoe kan dat worden verbeterd?
Drie factoren spelen een rol bij de wendbaarheid. Ten eerste de economendiscussie of het wel verstandig is om snel om te buigen bij een veranderende conjunctuur. Het klassiek antwoord luidde dat extra vraaguitval door overheidsombuigingen de crisis zou verergeren. Daar staat tegenover dat uitgestelde ombuigingen –zoals anno 2010 nu we nog steeds niet weten of en wanneer en waar de ombuigingen neerslaan- leiden tot een lange periode van onzekerheid. Dat schaadt het consumentenvertrouwen en nieuwe bedrijfsinvesteringen en daarmee ook het economisch herstel. Misschien is het daarom toch beter voortaan sneller in te grijpen dan ‘op zien komen spelen’.
Ten tweede speelt de politieke bereidheid om te bezuinigen een rol, waarbij partijen zich soms besluiteloos laten kunnen gijzelen door hun achterban (die niets wil) en de coalitiepartner (die iets anders wil). Vooraf scenario’s maken binnen de coalitie zou dan helpen, bijvoorbeeld afspreken dat áls het tegenzit er volgens vooraf afgesproken schema’s wordt omgebogen. En niet zoals in 2009 pas na de crisis heroverwegingswerkgroepen samenstellen. Die rapporten en voorgenomen besluiten zou je al op de plank moeten hebben en zo snelheid maken in tijden van nood.
Ten derde kunnen institutionele beperkingen snelle ombuigingen verhinderen. Zo lijkt de rijksbegroting soms voor wel 90-95% te bestaan uit aangegane verplichtingen. Wettelijke, contractuele en bestuurlijke aanspraken en afspraken frustreren dan snelle ombuigingen. De oplossing is in wet, contract en bestuurlijke afspraken ruimte vast te leggen om op afspraken terug te komen. Nu kost het soms jaren om van ene eenvoudige subsidieregeling af te komen of volgt een lange bestuurlijke vete als een aan andere overheden gedane bestuurlijke toezegging door de crisis geen gestand gedaan kan worden. Dat moet anders worden ingericht om wendbaarder te worden.
Ons echte Oranje begon net als de paarse onderhandelaars maar weinig wendbaar aan het WK maar groeide snel. Het is te hopen dat de coalitieonderhandelaars ook wendbaar blijken te zijn.