woensdag, september 22, 2010

Goede non-antwoorden

Recensie tijdschrift Binnenberijk september 2010
(Stine Jensen en Rob Wijnberg Dus ik ben)

Nederland is in een zoektocht beland, een zoektocht naar haar identiteit. De TweedeKamer verkiezingen laten dat zien. Niet eerder haalden zoveel partijen zetels, waren de grote partijen zo klein en de kleine zo groot. De felheid van discussies op Internet en erbuiten doet echter soms denken aan de rechts-links polarisatie in de jaren zeventig. Zelfs de Libelle moest haar Internetforum blokkeren omdat de debatten al te scherp werden. De Libelle!
Jensen en Wijnberg schreven een prachtboek, eigenlijk tien losse hoofdstukken, over deze verwarring. Daarbij nemen ze steeds een aspect van het zoeken naar identiteit, geven de breedte van het debat aan en zoeken naar bronnen in de filosofie die een licht werpen op deze hedendaagse dilemma’s. Over werken, erbij horen, lijden, liefhebben, consumeren en veel meer.
Een van de sterkste betogen is het openingsverhaal over de zoektocht naar de Nederlandse identiteit. Nu de wereld door onze reislust, open grenzen en internationale handelsstromen kleiner lijkt te worden, ervaren mensen dat ook als bedreigend. Hun werk lijkt te verdwijnen naar Polen of Azië en migranten uit Marokko, Turkije en verder worden hun nieuwe buren. Omdat migranten, althans eerste generaties vasthouden aan hun traditie, religie en identiteit, roept dat de prikkelende vraag op wat dan (nog wel) de Nederlandse identiteit is. ‘Alle Menschen werden Brüder’ proclameert de EU als volkslied maar weinigen hier zingen mee. Ziedaar de behoefte aan een historische canon, het Nationaal historisch museum en misschien zelfs de PVV, althans volgens de schrijvers. Dat onbehagen en diep roep om een identiteit is een sterke stroming, waartegen zelfs volksheldin Maxima (‘de Nederlander bestaat niet’) nauwelijks tegenop kan.
Ook sterk is het vertoog over de polemiek tussen Balkenende over het ontslagrecht (‘U liegt en u draait’) en Bos. Aan het einde van het hoofdstuk, als uiteengezet is hoe de filosofen Kant (‘Durf te blijven denken’) en Mill (‘tolerantie als waarde’) aankijken tegen dogmatisme en anti-dogmatisme persifleren ze Wouter Bos die na de aanval van Balkenende ook had kunnen zeggen: ‘Ja meneer Balkenende, ik ben van mening veranderd. Want de feiten en omstandigheden zijn veranderd. (..) Wie nooit van mening veranderd, heeft nooit iets geleerd’.
Tot slot nog iets over het thema werken. Filosofen vragen zich al lang af of werk mensen zich door te werken van zichzelf vervreemden (van Aristoteles tot Marx) of dat werk juist een levensvervulling is. Is werk een lust of een last. Dat debat is nog steeds gaande. De SP fulmineert tegen een hogere AOW-leeftijd (‘na je 65e mag je nog een tijdje van het leven genieten’), D66 noemt dit een achterhaalde kijk op werk uit de tijd van de arbeider achter de lopende band. Steeds laten Jensen en Wijnberg zien hoe de filosofie verklaringen of handvatten biedt voor inzicht in deze actuele discussies en presentere ze een heel positieve, existentialistische kijk op werk, als vorm van zingeving.
Het boek is kortom een verademing in de kakofonie van meningen.

Niet schaven maar sturen

Recensie tijdschrift Binnenberijk, oktober 2010
Het was vast even spannend voor de uitgever van het boekje van DirkJan de Bruijn of Mark Rutte echt voor 1 juli zijn kabinet gevormd zou hebben. Gelukkig voor hen is het een klassieke formatie geworden van ruim 100 dagen en blijft er ruimte voor een boekje hoe ambtenaren met de komende ombuigingen kunnen omgaan.
Bezuinigen, ombuigen of zoals het tegenwoordig heet in de Miljoennenota ‘consolideren’ is een kunst op zich. Na de politieke toedeling van (kleinere) budgetten moeten er immers nog heel veel nadere keuzen gemaakt worden. Waar en hoe worden organisaties en beleidsplannen gekort en hoe transformeren organisaties zich dan succesvol? De Bruijn, zelf topambtenaar houdt een warm pleidooi voor een soort systematisch empowerment van de verantwoordelijken om de goede keuzen te maken en is tegen de kaasschaaf, het pond-ponds gewijs verdelen van de pijn.
Zijn adagium is dat door een vijftal uitgangspunten centraal te zetten zo’n op empowerment gerichte aanpak mogelijk is. Die uitgangspunten zijn te streven naar gemeenschappelijkheid en een duidelijk doel , de gebruiker van publieke diensten moet centraal staan, tokodenken voorkomen worden, de werkvloer betrokken en tot slot moet het creëren van publieke waarde centraal staan.
Eigenlijk zou het helemaal niet nodig zijn deze nuttige inzichten op te hangen aan de crisis in de overheidsfinanciën. Het lijken op het eerste oog gezonde uitgangspunten voor een eigentijdse publieke organisatie. Wat helaas ontbreekt in de verkenning van de Bruijn is een analyse waarom deze vijf uitgangspunten niet al lang verinnerlijkt zijn in publieke organisaties. Waarom denkt men soms eerder aan de eigen belangen dan die van de gehele keten? Waarom staat de burger niet centraal bij beleidsmakers of ontbreekt doelgerichtheid bij uitvoeringsorganisaties? Is dat bijvoorbeeld door een te veel aan bedrijfsmatigheid - dat veeleer leidt tot het optimaliseren van de eigen deelopdrachten dan integraliteit of publeiek waarden? Of juist door te weinig bedrijfsmatigheid, waardoor de gezamenlijke doelstelling of gebruiker van publieke diensten niet centraal staat. Is ‘tokodenken’ -dat ook heel bindend is naar het eigen team- dan ook per se fout of is bureaupolitiek –los van de vraag van goed of fout- in een bureaucratie nu eenmaal voorstelbaar en tot op zekere hoogte zelfs verdedigbaar zoals VVD-senator Rosenthal ooit eerder betoogde? Helpt het om de overheidsorganisatie 10/15/20% kleiner te maken.
De Bruijn put uit veel recente publicaties en websites maar zou zijn betoog kunnen versterken door een steviger theoretische fundering te zoeken. Een andere optie is nog meer praktijkverhalen ter illustratie toe te voegen. Want waar de theoretische fundering nu ontbreekt, zijn uit eigen praktijk als topambtenaar opgetekende verhalen wel vaak raak en krachtig. Bijvoorbeeld over de eensgezindheid van alle betrokkenen toen de imposante Maeslandkering bij hoogwater gesloten moest worden. Of hoe een bijna mislukte invoering van SAP toch nog ten goede werd gekeerd. Daar is De Bruijn overtuigend in zijn pleidooi voor doelgerichtheid respectievelijk ketendenken. Snel lezen kortom, ter inspiratie bij de komende ombuigingen. En daarna.

dinsdag, september 21, 2010

Lees die Miljoennnota

Column Binnenlands Bestuur dd 24 september 2010
Welgeteld nul keer komt het begrip ombuigen voor in de Miljoenennota, ongelooflijk maar waar. Terwijl er toch 125 keer wordt gesproken over ‘crisis’. De reden? Het nieuwe Haagse buzzword dat uit den treure herhaald wordt is ‘consolideren’ of ‘consolidatie’, maar liefst 65 keer,meer dan er tekstbladzijden zijn. Consolideren, het nieuwe eufemisme voor bezuinigen (oud), ombuigen (fout), besparen (uit). Nederland gaat kortom consolideren als het aan Financiën ligt.
Maar wie er ook minister is, de nota over de toestand van ’s rijks financiën, de echte naam van de Miljoennnota, behoort tot de beste nota’s die het kabinet jaarlijks produceert. Het is een afgewogen samenspel van inzichten uit de wetenschap, beleidsonderzoek en actuele economische data. Vaak is er een zekere reflectie op eerdere (niet zelden achteraf niet correct gebleken) economische en budgettaire veronderstellingen, hetgeen getuigt van heilzame zelfkritiek. Tezamen met nuttige verdiepings’boxen’ en informatieve grafieken behoort ze kortom tot de best leesbare beleidsnota’s. Via de eigen website miljoenennota.prinsjesdag2010.nl kan ze redelijk eenvoudig worden gevonden en doorzocht.
Soms gaan de vlijtige Financiënambtenaren wel ver met verwijzingen, bijvoorbeeld wanneer men naar wetenschappelijke literatuur aanhaalt. Dan wordt in een olijke noot verwezen naar het werk van Max Winkler uit 1933 over buitenlandse staatsobligaties, vast een klassieker - maar dan voor de echte liefhebber die 80 jaar oude werkjes raadpleegt. Relevanter is de verwijzing en benutting van recent beleidsonderzoek zoals van Roel Beetsma over het belang van sterke begrotingsinstituties - al is dat wel een beetje ‘kijk ons eens belangrijk zijn’.
Sterk zijn de gepresenteerde data, vaak in de vorm van informatieve grafieken die groei of krimp van belangrijke kerngegevens als schuld en tekort presenteren, landenvergelijkingen en trendanalyses. Ook de verdiepingsboxen zijn nuttig, zoals de uiteenzetting hoe de bonusstructuur van de plattelandsbanken in Amerika kleine regionale Duitse spaarbanken ten gronde richtte. De Amerikaanse bank hoefde niet meer op de risico’s van hypotheekleningen te letten, maar werd door de afwentelmogelijkheid (aan de Duitser) gedreven door bonussen steeds, roekelozer. Dit terwijl de Duitse bank erg slechte leningen kocht zonder de precieze risico’s te kennen, tot alles klapte. Men had het verhaal ook kunnen vertellen met een Nederlandse bank als ING, Rabo of ABNAmro maar dat was kennelijk te pijnlijk en dichtbij.
Erg belangrijk is de korte passage die uiteenzet dat de beoogde krimp van het EMU-saldo in 2011 veel sneller gaat dan de eis die Europa stelt. De EU vraagt slechts een jaarlijkse daling van 0,75% -zolang een land boven de 3,5% tekort scoort- en een jaardaling van een half procent zolang men tussen de drie en nul noteert. Kortom, volgens Europa mag Nederland van de huidige 4,8 % tekort eind 2010 naar 4% eind 2011, 3,25% eind 2012, 2,5% eind 2013 en 2% eind 2014. Dat is een geleidelijker tempo dan het rechts kabinet in de maak nu beoogt, zeg maar het PvdA-pad.
Per saldo is het daarom jammer dat de magere inhoud dit jaar al uitlekte en deze editie waarschijnlijk vrijwel ongelezen blijft. Er staat nog genoeg relevants in.

zondag, september 19, 2010

Leiderschap aub

Column Binnenlands Bestuur dd 10 september 2010
Toen de Miljoenennota 2010 verscheen, nu bijna een jaar geleden, was de kritiek op de plannen niet mals. Kern was dat er geen echte budgettaire of beleidsmatige keuzen werden gemaakt, maar alleen twintig heroverwegingswerkgroepen werden ingesteld. Juist toen er politiek leiderschap nodig was, gaven Balkenende en Bos niet thuis en werd een begroting zonder keuzen gepresenteerd. Dit leidde tot maatschappelijke onrust, omdat iedereen begreep dat er grote beleidswijzigingen zouden komen, maar niemand zeker wist hoe dat burgers en bedrijven concreet zou raken. Zelfs in de grootste crisis sinds de jaren 30 van de vorige eeuw ontbrak het aan onderling vertrouwen en leiderschap om over de eigen partijpolitieke schaduw heen te springen. Er werd wel geopperd dat het beter was dat er vervroegd verkiezingen zouden worden uitgeschreven.
Inmiddels zijn die vervroegde verkiezingen geweest en drie maanden later weten we dat ook de aanstaande Miljoenennota 2011 een zeer beleidsarm karakter zal krijgen. Het spaarloon komt vrij, de verkeersboetes gaan omhoog en de nieuwe keuken wordt tegen laag BTW-tarief geplaatst, Dit was Den Haag, goedenavond. Wat een troonrede zal dat worden, arme Beatrix. Maar gaat de AOW-leeftijd nu defintief omhoog, verandert het ontslagrecht, verdwijnt de studiebeurs, wordt de AWBZ uitgekleed, stijgen de huren, verdwijnt de hypotheekrenteaftrek?
Nog scherper dan een jaar geleden kan de kritiek op politici worden herhaald. Alsof er geen reusachtige economische problemen zijn, wordt de coalitievorming vertraagd door gebrek aan leiderschap, te veel partijpolitieke en te weinig nationaalpolitieke overwegingen. En opnieuw worden de problemen over de schutting gekieperd naar een volgend begrotingsjaar. Dat doet het broze economisch herstel alles behalve goed.
De realiteit is dat er nog maar één coalitie te vormen is die een meerderheid heeft met deelname van drie partijen, een coalitie van VVD, CDA en PvdA. Ook in deze coalitie voor alle drie de partijen uiteindelijk voldoende te halen. De VVD kan de premier leveren en een aantal duidelijke ‘rechtse’ ombuigingen realiseren. De PvdA kan dankzij de aantrekkende groei de totale omvang van de ombuigingen wat beperken en zo haar sociale gezicht tonen. Het CDA kan aantonen dat ze onmisbaar is voor het landsbestuur.
Dat betekent aan de andere kant ook wat inleveren. De VVD kan niet 18 miljard ombuigingen realiseren maar 14-15 miljard is ook immens. De PvdA kan misschien niet de hypotheekrenteaftrek beperken maar via verhoging van het huurwaardefortfait toch materieel iets bereiken. Het CDA kan misschien door de minister van Financien te leveren eigen accenten aanbrengen.
Als de coalitiepartijen elkaar het licht niet in de ogen gunnen, besluiteloos blijven en Nederland in afwachting blijft van kloeke daden, zal dat uiteindelijk de aantrekkelijkheid van buitenpartijen als SP en PVV verder vergroten. Pijnlijke ingrepen zijjn nu gewenst en acceptabel.Doorgaan met het ontwijken van keuzen is het allerslechtse wat we kunnen doen. Alleen snelle maatregelen doen de beleidsonzekerheid over toekomstige maatregelen afnemen. Als burgers en bedrijven duidelijkheid krijgen over wat ze de komende jaren boven het hoofd hangt, ontstaat mogelijk gaandeweg waardering voor de partijen die boven zichzelf uitstijgen en politieke en financieel knopen doorhakken.