Recensie tijdschrift Binnenberijk september 2010
(Stine Jensen en Rob Wijnberg Dus ik ben)
Nederland is in een zoektocht beland, een zoektocht naar haar identiteit. De TweedeKamer verkiezingen laten dat zien. Niet eerder haalden zoveel partijen zetels, waren de grote partijen zo klein en de kleine zo groot. De felheid van discussies op Internet en erbuiten doet echter soms denken aan de rechts-links polarisatie in de jaren zeventig. Zelfs de Libelle moest haar Internetforum blokkeren omdat de debatten al te scherp werden. De Libelle!
Jensen en Wijnberg schreven een prachtboek, eigenlijk tien losse hoofdstukken, over deze verwarring. Daarbij nemen ze steeds een aspect van het zoeken naar identiteit, geven de breedte van het debat aan en zoeken naar bronnen in de filosofie die een licht werpen op deze hedendaagse dilemma’s. Over werken, erbij horen, lijden, liefhebben, consumeren en veel meer.
Een van de sterkste betogen is het openingsverhaal over de zoektocht naar de Nederlandse identiteit. Nu de wereld door onze reislust, open grenzen en internationale handelsstromen kleiner lijkt te worden, ervaren mensen dat ook als bedreigend. Hun werk lijkt te verdwijnen naar Polen of Azië en migranten uit Marokko, Turkije en verder worden hun nieuwe buren. Omdat migranten, althans eerste generaties vasthouden aan hun traditie, religie en identiteit, roept dat de prikkelende vraag op wat dan (nog wel) de Nederlandse identiteit is. ‘Alle Menschen werden Brüder’ proclameert de EU als volkslied maar weinigen hier zingen mee. Ziedaar de behoefte aan een historische canon, het Nationaal historisch museum en misschien zelfs de PVV, althans volgens de schrijvers. Dat onbehagen en diep roep om een identiteit is een sterke stroming, waartegen zelfs volksheldin Maxima (‘de Nederlander bestaat niet’) nauwelijks tegenop kan.
Ook sterk is het vertoog over de polemiek tussen Balkenende over het ontslagrecht (‘U liegt en u draait’) en Bos. Aan het einde van het hoofdstuk, als uiteengezet is hoe de filosofen Kant (‘Durf te blijven denken’) en Mill (‘tolerantie als waarde’) aankijken tegen dogmatisme en anti-dogmatisme persifleren ze Wouter Bos die na de aanval van Balkenende ook had kunnen zeggen: ‘Ja meneer Balkenende, ik ben van mening veranderd. Want de feiten en omstandigheden zijn veranderd. (..) Wie nooit van mening veranderd, heeft nooit iets geleerd’.
Tot slot nog iets over het thema werken. Filosofen vragen zich al lang af of werk mensen zich door te werken van zichzelf vervreemden (van Aristoteles tot Marx) of dat werk juist een levensvervulling is. Is werk een lust of een last. Dat debat is nog steeds gaande. De SP fulmineert tegen een hogere AOW-leeftijd (‘na je 65e mag je nog een tijdje van het leven genieten’), D66 noemt dit een achterhaalde kijk op werk uit de tijd van de arbeider achter de lopende band. Steeds laten Jensen en Wijnberg zien hoe de filosofie verklaringen of handvatten biedt voor inzicht in deze actuele discussies en presentere ze een heel positieve, existentialistische kijk op werk, als vorm van zingeving.
Het boek is kortom een verademing in de kakofonie van meningen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten