woensdag, september 22, 2010

Niet schaven maar sturen

Recensie tijdschrift Binnenberijk, oktober 2010
Het was vast even spannend voor de uitgever van het boekje van DirkJan de Bruijn of Mark Rutte echt voor 1 juli zijn kabinet gevormd zou hebben. Gelukkig voor hen is het een klassieke formatie geworden van ruim 100 dagen en blijft er ruimte voor een boekje hoe ambtenaren met de komende ombuigingen kunnen omgaan.
Bezuinigen, ombuigen of zoals het tegenwoordig heet in de Miljoennenota ‘consolideren’ is een kunst op zich. Na de politieke toedeling van (kleinere) budgetten moeten er immers nog heel veel nadere keuzen gemaakt worden. Waar en hoe worden organisaties en beleidsplannen gekort en hoe transformeren organisaties zich dan succesvol? De Bruijn, zelf topambtenaar houdt een warm pleidooi voor een soort systematisch empowerment van de verantwoordelijken om de goede keuzen te maken en is tegen de kaasschaaf, het pond-ponds gewijs verdelen van de pijn.
Zijn adagium is dat door een vijftal uitgangspunten centraal te zetten zo’n op empowerment gerichte aanpak mogelijk is. Die uitgangspunten zijn te streven naar gemeenschappelijkheid en een duidelijk doel , de gebruiker van publieke diensten moet centraal staan, tokodenken voorkomen worden, de werkvloer betrokken en tot slot moet het creĆ«ren van publieke waarde centraal staan.
Eigenlijk zou het helemaal niet nodig zijn deze nuttige inzichten op te hangen aan de crisis in de overheidsfinanciĆ«n. Het lijken op het eerste oog gezonde uitgangspunten voor een eigentijdse publieke organisatie. Wat helaas ontbreekt in de verkenning van de Bruijn is een analyse waarom deze vijf uitgangspunten niet al lang verinnerlijkt zijn in publieke organisaties. Waarom denkt men soms eerder aan de eigen belangen dan die van de gehele keten? Waarom staat de burger niet centraal bij beleidsmakers of ontbreekt doelgerichtheid bij uitvoeringsorganisaties? Is dat bijvoorbeeld door een te veel aan bedrijfsmatigheid - dat veeleer leidt tot het optimaliseren van de eigen deelopdrachten dan integraliteit of publeiek waarden? Of juist door te weinig bedrijfsmatigheid, waardoor de gezamenlijke doelstelling of gebruiker van publieke diensten niet centraal staat. Is ‘tokodenken’ -dat ook heel bindend is naar het eigen team- dan ook per se fout of is bureaupolitiek –los van de vraag van goed of fout- in een bureaucratie nu eenmaal voorstelbaar en tot op zekere hoogte zelfs verdedigbaar zoals VVD-senator Rosenthal ooit eerder betoogde? Helpt het om de overheidsorganisatie 10/15/20% kleiner te maken.
De Bruijn put uit veel recente publicaties en websites maar zou zijn betoog kunnen versterken door een steviger theoretische fundering te zoeken. Een andere optie is nog meer praktijkverhalen ter illustratie toe te voegen. Want waar de theoretische fundering nu ontbreekt, zijn uit eigen praktijk als topambtenaar opgetekende verhalen wel vaak raak en krachtig. Bijvoorbeeld over de eensgezindheid van alle betrokkenen toen de imposante Maeslandkering bij hoogwater gesloten moest worden. Of hoe een bijna mislukte invoering van SAP toch nog ten goede werd gekeerd. Daar is De Bruijn overtuigend in zijn pleidooi voor doelgerichtheid respectievelijk ketendenken. Snel lezen kortom, ter inspiratie bij de komende ombuigingen. En daarna.

Geen opmerkingen: