zondag, maart 07, 2010

Een transparante begroting 2.0 aub

Column Binnenlands Bestuur dd 12 maart 2010
Als we de webdeskundigen mogen geloven wordt alles 2.0. en gaan we de veelvuldigheid van communicatielijnen, want zo begrijp ik 2.0, in al zijn facetten beleven. Dat schept interessante mogelijkheden. Ook voor de overheid liggen er kansen. Foto’s van vermiste kinderen of heterdaadjes gaan naar alle blackberries en webtelefoons in de regio En minder politiespeurders, de foto van de meest gezochten komen snel op het net en de burger zoekt mee. Gat in de weg? Email de lokatie met foto naar maakmijnstraatje.nl. zoals in Engeland al gebruikelijk is en monitor de afhandeling met een muisklik
Maar 2.0 kan ook lastig zijn voor de overheid. Britten kunnen al zien hoe hard hun parlementslid voor hen werkt, wat hij of zij stemde, welke declaratie werd ingediend, of men aanwezig was bij vergaderingen en welke vragen werden ingediend. De burger als Big Brother, richting de parlementsleden.
Burgers kunnen elkaar ook gaan vertellen hoe het er nu echt voor staat met de overheidsdienstverlening. En dan niet op de overheidssite maar op sites van derden. Gedane beloften worden zo controleerbaar. Is de vorstschade aan wegen echt wel volledig gerepareerd? Zijn de wachttijden voor vergunningen teruggebracht? Niet zozeer is nieuw dat burgers terugpraten tegen de overheid, nieuw is het gemak, de snelheid, precisie en omvang waarmee dat kan.
Jammer is dat van dat 2.0 denken nog zo weinig te merken is in de begrotingsbesluitvorming. Wat zou het een goed en levendig debat worden als velen met velen het debat kunnen aangaan over omvang en besteding van de overheidsbudgetten. Daarvoor zijn volgens mij nog een aantal zaken nodig.
Ten eerste moet de overheidsbegroting veel gedetailleerder dan nu op het web worden geplaatst. Er moet kunnen worden doorgeklikt naar een veel concreter niveau dan nu. LNV dat inzicht geeft in de precieze ontvangers van subsidies is wat dit betreft voorbeeldig.
Ten tweede moeten er links worden gelegd tussen begrotingsjaren en geboekte resultaten, zodat per beleidsterrein te zien is waar groei en krimp is, waar vaak geld onbesteed overblijft en of het beleid ‘werkt’. Er zouden tijdreeksanalyses van tenminste 5 jaar beschikbaar moeten komen en links worden gelegd met eigen evaluatierapporten of die van de Algemene Rekenkamer of derden. Ten derde moeten er actuelere uitputtingsgegevens komen, zodat ook tijdens een begrotingsjaar burgers en bedrijven kunnen inspelen op de resterende mogelijkheden voor de aanvraag van subsidies of het doen van voorstellen. Dat scheelt veel bureaucratielasten!
Natuurlijk leidt zoveel openheid ook tot scherpere debatten over besparingsmogelijkheden, zeker gegeven de grote schaarste. Maar dat is de kern van overheid of wel begroting 2.0. Velen gebruiken hun denkkracht om te werken aan betere oplossingen voor morgen, niet allen 20 Haagse groepjes.
De verkiezingsprogramma’s van de (lokale) politieke partijen beloofden qua financiĆ«le transparantie niet veel goeds. Toch zal de impuls mede vanuit de partijen moeten komen om echte begrotingstransparantie af te dwingen en zo debat mogelijk maken. Hup schrijvers van verkiezingsprogramma’s, denk eens even 2.0, ook financieel!