zondag, september 19, 2010

Leiderschap aub

Column Binnenlands Bestuur dd 10 september 2010
Toen de Miljoenennota 2010 verscheen, nu bijna een jaar geleden, was de kritiek op de plannen niet mals. Kern was dat er geen echte budgettaire of beleidsmatige keuzen werden gemaakt, maar alleen twintig heroverwegingswerkgroepen werden ingesteld. Juist toen er politiek leiderschap nodig was, gaven Balkenende en Bos niet thuis en werd een begroting zonder keuzen gepresenteerd. Dit leidde tot maatschappelijke onrust, omdat iedereen begreep dat er grote beleidswijzigingen zouden komen, maar niemand zeker wist hoe dat burgers en bedrijven concreet zou raken. Zelfs in de grootste crisis sinds de jaren 30 van de vorige eeuw ontbrak het aan onderling vertrouwen en leiderschap om over de eigen partijpolitieke schaduw heen te springen. Er werd wel geopperd dat het beter was dat er vervroegd verkiezingen zouden worden uitgeschreven.
Inmiddels zijn die vervroegde verkiezingen geweest en drie maanden later weten we dat ook de aanstaande Miljoenennota 2011 een zeer beleidsarm karakter zal krijgen. Het spaarloon komt vrij, de verkeersboetes gaan omhoog en de nieuwe keuken wordt tegen laag BTW-tarief geplaatst, Dit was Den Haag, goedenavond. Wat een troonrede zal dat worden, arme Beatrix. Maar gaat de AOW-leeftijd nu defintief omhoog, verandert het ontslagrecht, verdwijnt de studiebeurs, wordt de AWBZ uitgekleed, stijgen de huren, verdwijnt de hypotheekrenteaftrek?
Nog scherper dan een jaar geleden kan de kritiek op politici worden herhaald. Alsof er geen reusachtige economische problemen zijn, wordt de coalitievorming vertraagd door gebrek aan leiderschap, te veel partijpolitieke en te weinig nationaalpolitieke overwegingen. En opnieuw worden de problemen over de schutting gekieperd naar een volgend begrotingsjaar. Dat doet het broze economisch herstel alles behalve goed.
De realiteit is dat er nog maar één coalitie te vormen is die een meerderheid heeft met deelname van drie partijen, een coalitie van VVD, CDA en PvdA. Ook in deze coalitie voor alle drie de partijen uiteindelijk voldoende te halen. De VVD kan de premier leveren en een aantal duidelijke ‘rechtse’ ombuigingen realiseren. De PvdA kan dankzij de aantrekkende groei de totale omvang van de ombuigingen wat beperken en zo haar sociale gezicht tonen. Het CDA kan aantonen dat ze onmisbaar is voor het landsbestuur.
Dat betekent aan de andere kant ook wat inleveren. De VVD kan niet 18 miljard ombuigingen realiseren maar 14-15 miljard is ook immens. De PvdA kan misschien niet de hypotheekrenteaftrek beperken maar via verhoging van het huurwaardefortfait toch materieel iets bereiken. Het CDA kan misschien door de minister van Financien te leveren eigen accenten aanbrengen.
Als de coalitiepartijen elkaar het licht niet in de ogen gunnen, besluiteloos blijven en Nederland in afwachting blijft van kloeke daden, zal dat uiteindelijk de aantrekkelijkheid van buitenpartijen als SP en PVV verder vergroten. Pijnlijke ingrepen zijjn nu gewenst en acceptabel.Doorgaan met het ontwijken van keuzen is het allerslechtse wat we kunnen doen. Alleen snelle maatregelen doen de beleidsonzekerheid over toekomstige maatregelen afnemen. Als burgers en bedrijven duidelijkheid krijgen over wat ze de komende jaren boven het hoofd hangt, ontstaat mogelijk gaandeweg waardering voor de partijen die boven zichzelf uitstijgen en politieke en financieel knopen doorhakken.