Column Binnenlands Bestuur dd 4 februari 2011
Binnenkort wordt bekend wie het nieuwe, derde collegelid wordt van de Algemene Rekenkamer. Is dat belangrijk zult u denken? Wie zijn de andere dan?. Inderdaad zijn de drie leden best onbekend , misschien met uitzondering van Saskia Stuiveling die al 26 jaar (zesentwintig!) lid is van dit college en al meer dan een decennium de status van president geniet. Kom daar nog maar eens om in Den Haag vandaag de dag. Dus een frisse benoeming op zijn tijd is best belangrijk.
De Algemene Rekenkamer controleert of het Rijk geld uitgeeft en beleid uitvoert zoals het de bedoeling was. We hebben daarom belang bij een ijzersterke Rekenkamer die als tegenmacht het bestuur controleert. Zeker ook omdat parlement en pers controle op de uitvoering van beleid en besteding van geld nu eenmaal niet tot hun favoriete tijdverdrijf rekenen, maar hun aandacht veeleer naar nieuw beleid laten uitgaan.
Vroeger was het zwaartepunt van het werk van de Rekenkamer de controle op de rechtmatigheid van uitgaven. Daar is nu weinig meer te halen. Al een jaar of vijftien krijgen alle departementen goedkeurende verklaringen over hun jaarstukken, resterende tekortkomingen vallen vaak weg in de tolerantiemarge dus veel vuurwerk is er niet meer te vinden. Geen wonder derhalve dat er op een enkele na geen accountants meer te vinden zijn in de top van de Rekenkamer.
Onze Rekenkamer moet het vandaag de dag hebben van kritische onderzoeken naar de doematigheid en effectiviteit van beleid. Deels in stilte, gewoon door gedegen werk af te leveren, deels door de trom te roeren en ministers publiekelijk ter verantwoording te roepen. En dat is een kunst op zich. Weigerachtige ministers die onvoldoende informatie verstrekken moeten met de wet in de hand worden aangesproken, opdat het onderzoek voortgang kan vinden. En ongeacht wie er minister is en of het nu uitkomt of niet, resultaten van onderzoek moeten stante pede openbaar worden gemaakt,. En door ministers gedane toezeggingen moeten wel echt worden nagekomen, de 300 Rekenkameronderzoekers letten daar op .
Reuze jammer daarom dat de benoeming van een collegelid zo’n politiek circus is. De grote drie partijen leveren vrijwel standaard een lid, een enkele uitzondering daarop betrof Maarten Engwirda van D66 – maar ook dat is al weer lang geleden. Is daarom na het recente vertrek van Gijs de Vries de VVD gewoon weer ‘aan de beurt’? Je mag het hopen van niet. Toch is die kans daarop groot, omdat het nu te benoemen lid denkbaar de opvolger wordt van de over enkele jaren afzwaaiende Stuiveling, dus de VVD zal stevig inzetten.
Maar dan dit. De inmiddels openbare gepubliceerde lijst–uniek voor Den Haag- van 6 sollicitanten telt een buitengewoon gekwalificeerde kandidaat, ex-parlementariër Kees Vendrik . Niet omdat GroenLinkser Vendrik van ‘de goede partij’ is, maar louter en alleen omdat hij van alle kandidaten het grootste vermogen heeft om vanuit deskundigheid en ervaring de regering constructief tegen te spreken. Dus maak Kees svp lid en straks President. Kan hij gelijk nut, noodzaak en kosten van de missie naar Kunduz onderzoeken.
Een overzicht van publicaties als onderzoeker aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Wil je reageren ? bestebreur@fsw.eur.nl of #bestebreur op Twitter
zondag, januari 30, 2011
zondag, januari 16, 2011
De weg van het geld
Column Binnenlands Bestuur dd 21 januari 2011
Wat hebben Schiphol, kinderopvanggroep Catalpa, het Slotervaartziekenhuis en het Rotterdamse oogziekenhuis met elkaar te maken? Zij opereren allemaal in meer of mindere mate in de publiek sfeer. Maar de tijden veranderen. Schiphol is deels in Franse handen. Het oogziekenhuis Rotterdam heeft franchises gevestigd in andere ziekenhuizen. Het Slotervaartziekenhuis is in private handen, Catalpa in bezit van een Amerikaanse investeringsmaatschappij, net als de Afvalverbranding, AVR .
Dat roept interessante vragen op. Bijvoorbeeld, is de continuïteit van de voorziening of de organisatie geborgd? Kan Schiphol krimpen van ‘hub’ tot filiaal van de Fransen als investeringen uitblijven? Zijn patiënten van private ziekenhuizen of franchises slechter af? Is er oog voor maatschappelijke aspecten of stinkt de AVR meer dan vroeger?
In ‘De weg van het geld’ tracht een groep bestuurskundigen (onder andere Mark van Twist en Willemijn Dicke) deze en andere vragen te beantwoorden. Het essay behandelt een relevant onderwerp en er worden veel rake analyses gedaan. Maar compleet is de analyse niet. Er zijn minstens twee zaken die ook belicht moeten worden en die wat tegenwicht bieden tegen een te snelle negatieve benadering van de private sector zoals NRC-publicist Chavannes en hoogleraar Ankersmit regelmatig doen, of het problematiseren van private inbreng in de publieke sector via het opwerpen van duizend-en-een vragen, zoals in het essay.
Ten eerste slinkt de overheidsomvang helemaal niet zo sterk dat voorzieningen in het gedrang komen zonder private financiering. De collectieve sector was, is en blijft zo’n 40% van het nationaal in komen. Daarbinnen vindt wel een verschuiving plaats, die is van alle tijden, maar er blijft ook onder dit kabinet een omvangrijke publieke secor of met publiek geld maatschappelijke sector. Niet louter financiële motieven kortom veroorzaken een groeiende private inbreng in de voortbrenging van publieke goederen en diensten. Er zijn ook andere, inhoudelijke redenen.
De tweede is dat private zeggenschap en bedrijfsmatiger werkwijzen gewoonweg positief kunnen uitwerken op de kwaliteit van publieke voorzieningen. Organisaties kunnen er klantgerichter door worden, beter letten op nut en noodzaak van bestedingen en zoekend naar een beter resultaat kunnen nieuwe ideeën soms ook sneller worden benut. Daar komt bij dat meer privaat mogelijk ook minder publieke bemoeienis kan betekenen. Publieke financiering en zeggenschap hebben namelijk ook geleid tot een overdaad aan regels, betutteling, politieke benoemingen, gedetailleerde accountantsverklaringen en soms tenenkrommende bureaucratie. Als meer private inbreng minder publieke bureaucratie betekent, is die daarom alleen al toe te juichen.
Kortom, aan private financiering, inmenging en zeggenschap kleven mogelijk kwalen, maar aan publieke ook. De merites van beide kunnen beter evenwichtig tegen elkaar worden afgewogen, in plaats van het vooral problematiseren van de ene - of andere. Het Nederlandse middenveld is van oudsher een dynamisch en bont palet van publieke en private arrangementen dat behoorlijk goed presteert. Koester dat, ga waar mogelijk innoveren, maar laat het vooral niet stollen.
Wat hebben Schiphol, kinderopvanggroep Catalpa, het Slotervaartziekenhuis en het Rotterdamse oogziekenhuis met elkaar te maken? Zij opereren allemaal in meer of mindere mate in de publiek sfeer. Maar de tijden veranderen. Schiphol is deels in Franse handen. Het oogziekenhuis Rotterdam heeft franchises gevestigd in andere ziekenhuizen. Het Slotervaartziekenhuis is in private handen, Catalpa in bezit van een Amerikaanse investeringsmaatschappij, net als de Afvalverbranding, AVR .
Dat roept interessante vragen op. Bijvoorbeeld, is de continuïteit van de voorziening of de organisatie geborgd? Kan Schiphol krimpen van ‘hub’ tot filiaal van de Fransen als investeringen uitblijven? Zijn patiënten van private ziekenhuizen of franchises slechter af? Is er oog voor maatschappelijke aspecten of stinkt de AVR meer dan vroeger?
In ‘De weg van het geld’ tracht een groep bestuurskundigen (onder andere Mark van Twist en Willemijn Dicke) deze en andere vragen te beantwoorden. Het essay behandelt een relevant onderwerp en er worden veel rake analyses gedaan. Maar compleet is de analyse niet. Er zijn minstens twee zaken die ook belicht moeten worden en die wat tegenwicht bieden tegen een te snelle negatieve benadering van de private sector zoals NRC-publicist Chavannes en hoogleraar Ankersmit regelmatig doen, of het problematiseren van private inbreng in de publieke sector via het opwerpen van duizend-en-een vragen, zoals in het essay.
Ten eerste slinkt de overheidsomvang helemaal niet zo sterk dat voorzieningen in het gedrang komen zonder private financiering. De collectieve sector was, is en blijft zo’n 40% van het nationaal in komen. Daarbinnen vindt wel een verschuiving plaats, die is van alle tijden, maar er blijft ook onder dit kabinet een omvangrijke publieke secor of met publiek geld maatschappelijke sector. Niet louter financiële motieven kortom veroorzaken een groeiende private inbreng in de voortbrenging van publieke goederen en diensten. Er zijn ook andere, inhoudelijke redenen.
De tweede is dat private zeggenschap en bedrijfsmatiger werkwijzen gewoonweg positief kunnen uitwerken op de kwaliteit van publieke voorzieningen. Organisaties kunnen er klantgerichter door worden, beter letten op nut en noodzaak van bestedingen en zoekend naar een beter resultaat kunnen nieuwe ideeën soms ook sneller worden benut. Daar komt bij dat meer privaat mogelijk ook minder publieke bemoeienis kan betekenen. Publieke financiering en zeggenschap hebben namelijk ook geleid tot een overdaad aan regels, betutteling, politieke benoemingen, gedetailleerde accountantsverklaringen en soms tenenkrommende bureaucratie. Als meer private inbreng minder publieke bureaucratie betekent, is die daarom alleen al toe te juichen.
Kortom, aan private financiering, inmenging en zeggenschap kleven mogelijk kwalen, maar aan publieke ook. De merites van beide kunnen beter evenwichtig tegen elkaar worden afgewogen, in plaats van het vooral problematiseren van de ene - of andere. Het Nederlandse middenveld is van oudsher een dynamisch en bont palet van publieke en private arrangementen dat behoorlijk goed presteert. Koester dat, ga waar mogelijk innoveren, maar laat het vooral niet stollen.
zondag, januari 02, 2011
Een slechte droom
Column Binnenlands Bestuur dd 7 januari 2011
Stel je voor. Het nieuwe jaar begint maar de Nederlandse financiële huishouding is erg verslechterd. De schuld staat boven de 60% BBP, zo’n 385 miljard, ofwel 23.000 euro per Nederlander, oud of jong. Het begrotingssaldo is negatief en ver boven de Europese norm. Nadat vroeger de minder kredietwaardige landen werden aangeduid als ‘de garlic belt’, ‘Club Med ‘of ‘PIGS’, nu spreekt men over Nederland als ‘gatenkaas’.
De twijfels leiden omtrent de Nederlandse overheidsfinanciën leiden begin 2011 tot een sterke daling van de koersen van staatsleningen. Hierover is onbegrip in de Nederlandse pers en politiek. Maar als het IMF in februari becijfert dat de overheidsschuld langjarig hoog zal blijven, groeit de onrust. Het kabinet besluit tot versnelde bezuinigingsmaatregelen, waarop al snel tot omvangrijke stakingen volgen. De EU verlangt dat Nederland snel de nodige stappen zet om het tekort te reduceren.
Eind februari wordt een geplande emissie van een 10-jarige staatslening uitgesteld. Eind maart zegen de verontruste landen van de Eurozone toe dat indien Nederland er niet meer in zou slagen om op de kapitaalmarkten leningen aan te trekken zij en het IMF leningen gaan verstrekken, zij het onder strikte condities. De koersen van staatsleningen dalen echter verder en de rendementsverschillen met Duitse staatsleningen stijgen tot recordhoogten.
Tijdens de Voorjaarsnotabesluitvorming in april 2010 escaleren de binnenlandse problemen door meningsverschillen binnen de coalitie en tussen kabinet en oppositie: de staatsleningen dalen als reactie sterk in koers. Eind april kondigt premier Rutte zelf aan het IMF en de EU om goedkope leningen te zullen verzoeken. Nog steeds echter escaleert de situatie. De rating van ‘kaasleningen’ wordt in één keer verlaagd tot "junk", niet geschikt geacht voor normale beleggers.
Begin mei bereikt het kabinet een akkoord met een omvangrijk pakket aan extra bezuinigingen. Er komt een fikse BTW-verhoging, versnelde verkleining van de overheid en fikse salarisverlaging voor ambtenaren, verhogen van de algemene pensioenleeftijd tot 70, accijnsverhoging en meer. Vooral specifiek Nederlandse zaken als de halvering van de kinderbijslag, een scherpe vermogenstoets in de AWBZ en de beperking van de aftrekbaarheid van de hypotheekrente maken veel reacties los. Dat geldt niet voor het afstel van de JSF-order. Maar het kan niet anders, zegt Rutte. De dagen na de bekendmaking van de bezuinigingen wordt in Den Haag en later in Amsterdam op grote schaal gedemonstreerd maar het parlement gaat nipt akkoord, overigens pas na een extra CDA-congres.
Er is inmiddels gevolg gegeven aan een Duits voorstel dat maatregelen behelst tegen EU-lidstaten die begrotingsregels schenden, zoals verlies van stemrecht in de Raad. ‘Het scheelt ook reiskosten als ik niet naar Brussel hoef’, grapt Rutte, maar niemand lacht mee.
De bezuinigingsmaatregelen doen ieders koopkracht dalen en het consumentenvertrouwen zinkt diep. De werkloosheid loopt hoog op, vooral onder jongeren en allochtonen, veler hypotheekaflossing stokt en huizen staan steeds langer te koop, ondanks lagere prijzen. Pensioenfondsen verlagen noodgedwongen de pensioenen Er komen geen extra verpleegster of agenten, integendeel. Wel maken de banken weer winst en bankiersbonussen stijgen.
Een slechte droom? Zo moet het voelen in Griekenland en Ierland.
Stel je voor. Het nieuwe jaar begint maar de Nederlandse financiële huishouding is erg verslechterd. De schuld staat boven de 60% BBP, zo’n 385 miljard, ofwel 23.000 euro per Nederlander, oud of jong. Het begrotingssaldo is negatief en ver boven de Europese norm. Nadat vroeger de minder kredietwaardige landen werden aangeduid als ‘de garlic belt’, ‘Club Med ‘of ‘PIGS’, nu spreekt men over Nederland als ‘gatenkaas’.
De twijfels leiden omtrent de Nederlandse overheidsfinanciën leiden begin 2011 tot een sterke daling van de koersen van staatsleningen. Hierover is onbegrip in de Nederlandse pers en politiek. Maar als het IMF in februari becijfert dat de overheidsschuld langjarig hoog zal blijven, groeit de onrust. Het kabinet besluit tot versnelde bezuinigingsmaatregelen, waarop al snel tot omvangrijke stakingen volgen. De EU verlangt dat Nederland snel de nodige stappen zet om het tekort te reduceren.
Eind februari wordt een geplande emissie van een 10-jarige staatslening uitgesteld. Eind maart zegen de verontruste landen van de Eurozone toe dat indien Nederland er niet meer in zou slagen om op de kapitaalmarkten leningen aan te trekken zij en het IMF leningen gaan verstrekken, zij het onder strikte condities. De koersen van staatsleningen dalen echter verder en de rendementsverschillen met Duitse staatsleningen stijgen tot recordhoogten.
Tijdens de Voorjaarsnotabesluitvorming in april 2010 escaleren de binnenlandse problemen door meningsverschillen binnen de coalitie en tussen kabinet en oppositie: de staatsleningen dalen als reactie sterk in koers. Eind april kondigt premier Rutte zelf aan het IMF en de EU om goedkope leningen te zullen verzoeken. Nog steeds echter escaleert de situatie. De rating van ‘kaasleningen’ wordt in één keer verlaagd tot "junk", niet geschikt geacht voor normale beleggers.
Begin mei bereikt het kabinet een akkoord met een omvangrijk pakket aan extra bezuinigingen. Er komt een fikse BTW-verhoging, versnelde verkleining van de overheid en fikse salarisverlaging voor ambtenaren, verhogen van de algemene pensioenleeftijd tot 70, accijnsverhoging en meer. Vooral specifiek Nederlandse zaken als de halvering van de kinderbijslag, een scherpe vermogenstoets in de AWBZ en de beperking van de aftrekbaarheid van de hypotheekrente maken veel reacties los. Dat geldt niet voor het afstel van de JSF-order. Maar het kan niet anders, zegt Rutte. De dagen na de bekendmaking van de bezuinigingen wordt in Den Haag en later in Amsterdam op grote schaal gedemonstreerd maar het parlement gaat nipt akkoord, overigens pas na een extra CDA-congres.
Er is inmiddels gevolg gegeven aan een Duits voorstel dat maatregelen behelst tegen EU-lidstaten die begrotingsregels schenden, zoals verlies van stemrecht in de Raad. ‘Het scheelt ook reiskosten als ik niet naar Brussel hoef’, grapt Rutte, maar niemand lacht mee.
De bezuinigingsmaatregelen doen ieders koopkracht dalen en het consumentenvertrouwen zinkt diep. De werkloosheid loopt hoog op, vooral onder jongeren en allochtonen, veler hypotheekaflossing stokt en huizen staan steeds langer te koop, ondanks lagere prijzen. Pensioenfondsen verlagen noodgedwongen de pensioenen Er komen geen extra verpleegster of agenten, integendeel. Wel maken de banken weer winst en bankiersbonussen stijgen.
Een slechte droom? Zo moet het voelen in Griekenland en Ierland.
Abonneren op:
Posts (Atom)