Column Binnenlands Bestuur dd 24 juni 2011
Wie zich inlaat met beleggingen is van nature een optimistisch mens, die rekent op mooie rendementen en terugontvangst van de ingelegde middelen. Een goede schatkistbewaarder daarentegen moet eerst en vooral de hem toevertrouwde middelen beschermen. Dat maakt publieke schatkistbewaarders risico-avers. Geen wonder dat ze nogal eens worden afgeschilderd als ‘Erbsenzähler’, ‘beancounters’ of gierigaards. Vrekkigheid is echter niet alleen een karakterologische kwaliteit maar ook een tactisch middel van publieke schatkistbewaarders, vooral om risico’s te mijden en een buffer te hebben om tegenvallers op te vangen. Door conservatief te begroten vergroten ze gewoonweg de kans op meevallers, waarmee uiteindelijk op lange termijn prestige wordt verworven. Het is geen toeval dat voormalig minister Zalm op zijn sterkst was in moeilijke dagen. Toen Nederland tien jaar geleden een korte periode van hoogconjunctuur kende, was hij machteloos tegen de uitgavenclaims van vakministers. Behoedzaam ramen kortom is een deugd voor schatkistbewaarders en uit zich in verschillende vormen. Overschatten van uitgaven, onderschatten van (belasting)inkomsten, conservatieve ramingen voor economische groei, rente, olieprijs, werkloosheid en meer.
Uiteindelijk is iedere raming ook een tactische. Toen dit kabinet aantrad moesten de geesten worden gerijpt voor fikse ombuigingen. De crisis van 2008-2010 noopte tot een forse bijstelling van uitgaven en ontvangsten, terwijl de zorg over de lasten van de toekomstige stijging bleven. Dit kabinet stelde zich ten doel ruim 15 miljard te besparen, een volgend kabinet zou voor een even grote som moeten tekenen.
Nu voorjaar 2011 doet zich echter iets lastigs voor. Nog voordat het kabinet echte grote ombuigingen heeft doorgevoerd, kentert het economische tij. Het gaat namelijk onverwacht snel weer goed met de economie, belastingen en uitgaven. Zo groeit de economie niet met 1,25% - waarmee is gerekend, maar in 2011 met tenminste 1,75% of misschien wel 2,25% op jaarbasis. En alles lijkt wel mee te zitten. De rente die we moeten betalen op leningen is lager dan de verwachte 3,5%, de olieprijs is hoger dan de 97 dollar waarmee is gerekend, dus we ontvangen meer uit gasbaten. En de werkloosheid tot slot is lager dan geraamd, dus we betalen minder uitkeringen.
Al met al loopt dus ook het EMU-saldo snel terug. Na eerdere meevallers over 2010 en begin 2011 is het denkbaar dat we eind 2011 al onder de drie procent komen, in plaats van de vier procent waar het kabinet van uit ging.
Het risico van meevallers treedt dus in. Want te veel meevallers maakt veel los. Bijvoorbeeld, blijft het wel opportuun om de kunsten, omroepen, scholen en sociale werkvoorziening budgettair zo omvangrijk te korten als het economische tij zo snel kentert? Het antwoord daarop is natuurlijk dat je politiek iets kan blijven nastreven zoals een kleinere staatssector, minder subsidies aan kunsten, scholen en meer. Maar de legitimatie daarvan is niet meer in overwegende mate ingegeven door de economische noodzaak ertoe, maar door de politieke wens. Daar is niets mis mee maar bepaald lastiger uit te leggen, zeker voor een minderheidskabinet met wisselende gedoogpartners die scherp letten op de maatschappelijke acceptatie ervan.
Een overzicht van publicaties als onderzoeker aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Wil je reageren ? bestebreur@fsw.eur.nl of #bestebreur op Twitter
zondag, juni 19, 2011
zondag, juni 05, 2011
Ons Griekenland heet ziekenland
Column Binnenlands Bestuur dd 10 juni 2011
Het gaat te goed met de rijksbegroting 2011 . Dat maakt het lastig echte stevige maatregelen te nemen. Het EMU-saldo is met 3,6% alweer bijna binnen de Europese afspraken. Natuurlijk valt Nederland nog onder het verscherpte toezicht van de EU maar die kan zijn tijd beter gebruiken om op Portugal, Ierland, Griekenland en Spanje te letten, de PIGS. Geen vuiltje aan de lucht kortom?
Ik denk het wel. We hebben ons eigen Griekenland, ons domein waar we de uitgaven al jaren lang niet beheersen. Waar alle actoren samen keer op keer verrast roepen dat het toch echt even anders is gelopen dan gedacht. Ons Griekenland heet ziekenland.
Het budgettair kader zorg bedraagt dit jaar 60,9 miljard, exclusief 4,8 miljard zorgtoeslag. In de Voorjaarsnota wordt een tegenvaller gemeld, van 1 miljard, hetgeen bijna gebruik is in budgettaire nota’s. Alle ramingen van het ministerie, de Planbureaus, de Nederlandse Zorgautoriteit en het College voor Zorgverzekeringen ten spijt, jaar in jaar uit blijkt er geen houden aan. Er zijn nu weer extra uitgaven aan medisch specialisten (52 miljoen), huisartsen (45 miljoen), paramedische zorg (49 miljoen), grensoverschrijdende zorg (59 miljoen), multidisciplinaire zorgverlening (70 miljoen), ziekenvervoer (26 miljoen) en de geestelijke gezondheidszorg (255 miljoen). Op het terrein van de care zijn met name overschrijdingen bij AWBZ-instellingen, zorg in natura (90 miljoen), nieuwe capaciteit (200 miljoen) en kapitaallasten (62 miljoen).
Dit lijstje is de echo van een decennium vol rapportages over de onbeheersbaarheid van de zorguitgaven. Opeenvolgende ministers en staatsecretarissen zijn gekomen en gegaan, er zijn plannen gemaakt en maatregelen genomen, het stelsel is keer op keer herzien maar echt beheersen lukt niet.
Persoonlijk heb ik er geen moeite mee, dat we een uitstekend zij het kostbaar stelsel hebben. Waar dat doelmatiger kan moeten we dat zeker doen maar ik denk dat dankzij toegankelijke en hoogwaardige zorg in staat zijn de kwaliteit van leven op een hoog peil te houden. Lastig vind ik dat we niet goed in staat zijn goede financieringsafspraken te maken en steeds tegenvallers inboeken. Zo gaat zorg ten koste van onderwijsuitgaven, milieumaatregelen en ander belangrijke beleid. Ga er daarom beter van uit dat de zorgkosten niet dalen. Spreek dan toch een reeks maatregelen af wat we doen bij oplopende kosten. Ofwel, wie de rekening betaalt als nieuwe ‘tegenvallers’ opkomen. Speel nu eens niet dat je er verrast over bent, maar handel als verantwoordelijke politico contingent, in scenario’s. Wie betaalt de rekening, kies nu.
De pijn van ziekenland en Griekenland is niet dat er een budgettaire crisis uitbrak, die was in redelijkheid voorspelbaar of in ieder geval voorstelbaar. De pijn is dat we er als knappe koppen door verrast werden en eigenlijk nog steeds of beter: steeds weer achter de feiten aanlopen. Er gaat deze jaren bijna 5 miljard euro naar Athene. Prima. Maar wat doen we als de Grieken in 2013 niet gaan terugbetalen? Het lijkt in Griekenland en ons eigen ziekenland op voortmodderen, in plaats van een samenhangend, toekomstvast beleid.
Het gaat te goed met de rijksbegroting 2011 . Dat maakt het lastig echte stevige maatregelen te nemen. Het EMU-saldo is met 3,6% alweer bijna binnen de Europese afspraken. Natuurlijk valt Nederland nog onder het verscherpte toezicht van de EU maar die kan zijn tijd beter gebruiken om op Portugal, Ierland, Griekenland en Spanje te letten, de PIGS. Geen vuiltje aan de lucht kortom?
Ik denk het wel. We hebben ons eigen Griekenland, ons domein waar we de uitgaven al jaren lang niet beheersen. Waar alle actoren samen keer op keer verrast roepen dat het toch echt even anders is gelopen dan gedacht. Ons Griekenland heet ziekenland.
Het budgettair kader zorg bedraagt dit jaar 60,9 miljard, exclusief 4,8 miljard zorgtoeslag. In de Voorjaarsnota wordt een tegenvaller gemeld, van 1 miljard, hetgeen bijna gebruik is in budgettaire nota’s. Alle ramingen van het ministerie, de Planbureaus, de Nederlandse Zorgautoriteit en het College voor Zorgverzekeringen ten spijt, jaar in jaar uit blijkt er geen houden aan. Er zijn nu weer extra uitgaven aan medisch specialisten (52 miljoen), huisartsen (45 miljoen), paramedische zorg (49 miljoen), grensoverschrijdende zorg (59 miljoen), multidisciplinaire zorgverlening (70 miljoen), ziekenvervoer (26 miljoen) en de geestelijke gezondheidszorg (255 miljoen). Op het terrein van de care zijn met name overschrijdingen bij AWBZ-instellingen, zorg in natura (90 miljoen), nieuwe capaciteit (200 miljoen) en kapitaallasten (62 miljoen).
Dit lijstje is de echo van een decennium vol rapportages over de onbeheersbaarheid van de zorguitgaven. Opeenvolgende ministers en staatsecretarissen zijn gekomen en gegaan, er zijn plannen gemaakt en maatregelen genomen, het stelsel is keer op keer herzien maar echt beheersen lukt niet.
Persoonlijk heb ik er geen moeite mee, dat we een uitstekend zij het kostbaar stelsel hebben. Waar dat doelmatiger kan moeten we dat zeker doen maar ik denk dat dankzij toegankelijke en hoogwaardige zorg in staat zijn de kwaliteit van leven op een hoog peil te houden. Lastig vind ik dat we niet goed in staat zijn goede financieringsafspraken te maken en steeds tegenvallers inboeken. Zo gaat zorg ten koste van onderwijsuitgaven, milieumaatregelen en ander belangrijke beleid. Ga er daarom beter van uit dat de zorgkosten niet dalen. Spreek dan toch een reeks maatregelen af wat we doen bij oplopende kosten. Ofwel, wie de rekening betaalt als nieuwe ‘tegenvallers’ opkomen. Speel nu eens niet dat je er verrast over bent, maar handel als verantwoordelijke politico contingent, in scenario’s. Wie betaalt de rekening, kies nu.
De pijn van ziekenland en Griekenland is niet dat er een budgettaire crisis uitbrak, die was in redelijkheid voorspelbaar of in ieder geval voorstelbaar. De pijn is dat we er als knappe koppen door verrast werden en eigenlijk nog steeds of beter: steeds weer achter de feiten aanlopen. Er gaat deze jaren bijna 5 miljard euro naar Athene. Prima. Maar wat doen we als de Grieken in 2013 niet gaan terugbetalen? Het lijkt in Griekenland en ons eigen ziekenland op voortmodderen, in plaats van een samenhangend, toekomstvast beleid.
Abonneren op:
Posts (Atom)