zondag, augustus 28, 2011

Is Financiën naïef of dapper?

Column in Binnenlands Bestuur dd 2 september 2011
Het debat over verzelfstandiging van overheidsonderdelen is vrijwel verstomd. De minister van Financiën heeft ook weinig ambities. Vorige week verscheen een evaluatie van het agentschapmodel maar echte voorstellen om verzelfstandiging een impuls te geven ontbreken. En dat is jammer want juist in tijden van budgettaire schaarste biedt verzelfstandiging meer kansen dan er nu gerealiseerd worden.
Meer dan 11 miljard bedragen de kosten van de ruim 40 rijksagentschappen. Zo’n 60.000 ambtenaren zijn dagelijks bezig met de uitvoering van rijksbeleid. Aanleg en beheer van wegen en waterkeringen, toelating van vreemdelingen, gebouwenbeheer, onderzoek, detentie en meer. Omdat vrijwel iedere euro die ze besteden belastinggeld is, wordt door de ministeries en het parlement nauwlettend toegezien op de doelmatigheid en de geleverde kwaliteit. Privatisering is daarom niet direct logisch. Maar omdat het ook gewoon gaat om presterende organisaties is een beetje ruimte om de bedrijfsvoering naar beste eigen inzicht in te richten ook wel weer voorstelbaar.
Tussen politiek en praktijk wordt zo al bijna 20 jaar geworsteld. Hoewel onderzoekers keer op keer ‘aanwijzingen’ vinden dat de beheersvrijheid van agentschapen bijdraagt aan de doelmatigheid, is de vraag of agentschappen nu echt hebben geholpen om betere resultaten te leveren tegen minder geld nooit ondubbelzinnig positief beantwoord. Andersom zijn er ook weinigen die betogen dat het terugdraaien van de vrijheden van agentschappen gewenst is. Zo is er gaandeweg een consensus ontstaan dat agentschappen er mogen zijn maar dat het ambivalent is of ze aantoonbaar doelmatigheid opleveren. Zonder overigens enig tegenbewijs dat er –zoals eerder bij sommige zelfstandige bestuursorganen- sprake lijkt van ongecontroleerde beleidsuitvoering of kwestieuze of ongerechtvaardigde besteding van middelen.
De evaluatie en beleidsvoornemens die minister de Jager nu bekend maakt over het wel en wee van het agentschapmodel hebben dan ook weinig om het lijf. De meeste voorstellen gaan over de verbetering van de interne sturing binnen ministeries. Voor het parlement doen die maar weinig ter zake, het is eigenlijk gewoon een intern departementaal onderwerp. Er is maar een echt interessant of liever opmerkelijk voorstel. Dat is dat ‘de politiek (bedoeld zal zijn het parlement, maar wat een rare manier van zeggen!) de interne verzelfstandiging moet respecten’. De Jager doet kortom ‘een appel aan het parlement om agentschappen voldoende ruimte te geven voor autonomie in de bedrijfsvoering’.
Wat dapper. Of naïef? Zou het parlement heus bereid zijn om zich niet meer uit te spreken over de door agentschappen ingehuurde hoeveelheid consultants en hun dagtarieven? Zou ons parlement niets meer mogen vinden over de topsalarissen of ontslagvergoedingen? Zou ons parlement zich niet meer mogen ‘bemoeien’ met de vestigingsplaats van agentschappen, de besteding van het financiële resultaat, het aantal ambtenaren op de loonlijst? Volgens de theorie die ten grondslag ligt aan agentschapvorming zou dat inderdaad niet de bedoeling zijn. Maar mijn gevoel voor realiteit zegt me dat dit niet zal gebeuren en het parlement zich wel blijft uitspreken over de bedrijfsvoering van de helft van de rijksorganisatie. Het blijft doorsudderen met onze agentschappen kortom. Interne verzelfstandiging is nu eenmaal een contradictio in terminus.




Geen opmerkingen: