maandag, augustus 17, 2009

Profijt van de overheid

Column Binnenlands Bestuur dd 21 augustus 2009
Iedereen heeft plezier van de overheid, al heeft de een wat meer reden tot lachen dan de ander. Dankzij onderzoek van het Sociaal-Cultureel Planbureau is bijvoorbeeld bekend dat middeninkomens relatief het minst profiteren van overheidsuitgaven. Zij maken minder gebruik van huursubsidie en profiteren ook relatief minder van de hypotheekrenteaftrek. De laagste inkomensgroepen profiteren meer door de bijzondere bijstand, kwijtschelding van lokale lasten en huursubsidie. De hoogste inkomensgroep ontvangt relatief wel veel dankzij de hypotheekrenteaftrek, kinderopvangregelingen en cultuur- en onderwijsvoorzieningen.
Recent haalde de PVV van Wilders het nieuws omdat zij wil weten hoeveel geld allochtonen de staat kosten en opbrengen. De PVV heeft diverse ministers gevraagd uit te rekenen hoeveel geld ze besteden aan allochtonen en hoeveel inkomsten er van hen binnenkomen. Het vermoeden van de PVV is dat de overheid onevenredig veel geld uitgeeft aan (niet-westerse) allochtonen en daar weinig voor terugziet. Besteed Onderwijs echt onevenredig hoge budgetten aan allochtonen, bijvoorbeeld voor spijbelende leerlingen? Doen zij een groter beroep op de gezondheidszorg? Hebben zij vaker dan anderen een sociale uitkering of huurtoeslagen? Belasten zij de rechterlijke macht en het gevangeniswezen?
Los van de specifieke lading, de vragen van de PVV zijn budgettair en dus politiek relevant. De vraag ‘wie profiteert’ is immers de kernvraag bij de verdeling van overheidsmiddelen. Genderonderzoekers vermoeden bijvoorbeeld dat veel fiscaal en budgettaire beleid ongunstig uitpakt voor vrouwen en bepleiten bijstelling. Migrantenorganisaties maken vaak aannemelijk dat veel overheidsregelingen onvoldoende bekend of te complex zijn voor de doelgroep van de regeling. Ook de vragen van de PVV zijn zo bezien welkom en vergen een antwoord.
Een hindernis is wel dat de overheid nauwelijks registreert of administreert wie van het beleid ‘profiteert’. Ook weten we zelden of specifieke uitkeringen terecht komen in bijvoorbeeld grote steden, zwakke regio’s, achterstandswijken of -dankzij slimme gemeenteambtenaren of adviesbureaus die hen de weg wijzen- bij niet direct beoogde doelgroepen, gemeenten, bedrijven of burgers. Krijgt het noorden even veel terug aan overheidsmiddelen als dat de ze via aardgas inbrengen is een regelmatig terugkerende vraag? Belangrijker dan cijfers en lijstjes is de vraag –indien te beantwoorden-, welke conclusies verbonden worden aan de komende onderzoeksresultaten.
Een van mijn studenten onderzocht of bepaalde gemeentelijke sportsubsidies bedoeld voor allochtonen en jongeren ook echt bij de doelgroep aankwamen. Bepaald niet ontdekte ze, maar onbedoeld wel bij veeleer witte-mannen-sporten als ijshockey, omdat de gemeentelijke regeling niet uitsloot dat ook zij aanvragen voor subsidie indienden.
Als straks uit de nieuwe SCP-studie blijkt dat bepaalde groepen meer of minder ‘profiteren’ zijn de eerste twee vragen die bij mij opkomen : was dit ook de bedoeling van de regeling of een te brede of smalle doelgroep bereikt? En minstens zo belangrijk, heeft het ‘gevoerde beleid effect? Zo niet, dan moet het beleid worden bijgesteld of beëindigd. Maar als dankzij anti-spijbelbeleid vroegtijdige schoolverlaters de weg naar school terug vinden of de recidive daalt is dat geld welbesteed, wie er ook van profiteert. Sterker, volgends mij profiteren we daar allemaal van.

Zware tijden voor de boeg

Column Binnenlands Bestuur dd 17 juli 2009

Het beeld is heroïsch, de drenkeling die wordt gered maar de redder zelf verdrinkt. Daar moest ik aan denken toen ik de aanhoudende cijfertjes over bedrijven en overheden in crisis op me liet inwerken. Een schuin oog op de situatie in de VS versterkte dat beeld. Overheden lopen daar financieel op hun laatste benen, staten hebben begrotingstekorten boven de 10% met uitschieters tot twintig of zelfs dertig procent, de federale overheid ruim 12%. Essentiële voorzieningen worden overal geschrapt, nieuwe cliënten afgewezen, publieke voorzieningen beëindigd.

Ook ons staan zware tijden te wachten. Zonder de helpende hand van de overheid hadden veel banken het niet gered. Onvoorstelbare bedragen zijn daar inmiddels aan besteed. Maar weten, we allemaal, als dat niet was gedaan, had het nog slechter kunnen aflopen. En de geholpen financiële instellingen betalen een stevige rentevergoeding voor de verstrekte publieke middelen. Op termijn kan de overheid er zelfs goed uitspringen wanneer de banken weer verkocht worden, laten we het hopen dat Bos een succesvolle ‘investment banker’ blijkt te zijn nu hij bezig is banken te saneren en in stuken en (hopelijk) met winst weer te verkopen.

Maar door al deze investeringen en de conjunctuurcrisis stijgt de jarenlang gedaalde EMU-schuld van Nederland in twee jaar van 40 naar 50 naar zo’n 66% van osn nationaal inkomen in 2010. Bos moet in 2010, wanneer hij dagelijks ruim 100 miljoen meer uitgeeft dan ontvangt. –dagelijks!- ook nog zorgen dat deze schuld, zo’n 400 miljard regelmatig wordt (her)gefinancierd.

Dus de reddende overheid zit nu al in de situatie dat ze zelf heel dik in de schulden zit en om de begroting weer in balans te krijgen jarenlang zal moet bezuinigen. Terwijl bedrijven straks gaandeweg weer zwarte cijfers gaan schrijven – maar door compensabele verliezen nog niet in volle omvang belasting hoeven te betalen- zal de overheid nog vele jaren lang moeten besparen.

Dreigt de overheid die dan eerst zelf de drenkeling heeft gered niet uiteindelijk het slachtoffer te worden? Er breken zware tijden aan voor allen die in de publieke sector werken of afhankelijk zijn van publiek gefinancierde voorzieningen als de AWBZ, uitkeringsgerechtigden, ambtenaren, studenten, scholen, politie, defensie en meer.

Het zal de publieke sector ook als werkgever flink raken. Er stromen door vergrijzing veel medewerkers uit terwijl er maar heel weinig of geen ruimte is voor een aantrekkelijk arbeidsvoorwaardenpakket dat in lijn is met de private sector, zeker wanneer die wel weer gaat renderen en beter kan concurreren op een krappe arbeidsmarkt.

Steeds minder mensen zullen binnen de overheid steeds meer werk moeten gaan doen zonder dat die extra werkdruk of productiviteitsstijging kunnen worden vertaald in verbeterde arbeidsvoorwaarden. Werken bij de overheid wordt het komend decennium voor de achterblijvers een fikse klus. Er zullen steeds meer niet of heel moeilijk vervulbare functies ontstaan, er zijn bescheiden beloningen maar een groeiende werkdruk. Het zal worstelen worden, het is hopen dat nu bejubelde redder van de banken zelf boven komt. Na de zomer volgt een lange herfst en winter.